Een tweede verhaal die Roger Debusschere naliet was het verhaal over een bijzondere tijd. Wereldoorlog II. Als scheepsmotorist op de O315 doorbraken ze o.a. de blokkade rond Duinkerke.

VOORBEREIDINGEN VERTREK NAAR ENGELAND:



Weken Voor de oorlog uitbrak met België, moesten wij, als vissers, reeds op onze hoede zijn voor drijvende mijnen die overal op zee ronddreven. Door wie zij gedropt werden bleef voor ons een raadsel. In elk geval werd er 's nachts niet meer uitgevaren.

 

Op 23-4-1940 vertrokken wij uit Oostende, bestemming 't Kanaal, om daarna naar Milford te varen. Wij visten aan de "Smalls" en besloten op 13 Mei in Milford te markten.

 

Maar... op 10 Mei, toen wij aan 't eten waren, kwam de matroos van wacht ons melden dat er iets gaande was in België, "ik versta het niet goed”, zei hij, wat het eigenlijk is, er is teveel storing." Maar wij braken daar ons hoofd niet mede en dachten maandag zijn we toch in Milford, maar tegen de avond wisten we dat het oorlog was! Ja… Wat nu gedaan…



We besloten onze reder, Henri Lambrecht, op te bellen of wij naar Oostende mochten komen om bij vrouw en kinders te zijn en indien mogelijk, hen mede te nemen naar Engeland. Er werd ons gezegd te markten in Engeland en een nieuwe reis aan te vangen, hij zou het nodige doen om onze familie in Engeland te krijgen met een schip dat nog in Oostende lag de 0.242. Op 13 Mei markten wij dus in Milford, daar kwamen ook nog twee schepen van ons kantoor binnen 0.25 en 0.286, er werd natuurlijk over niets anders gesproken dan over de oorlog! Na een beraadslaging met alle bemanningsleden van de 0.315, werd besloten samen met die twee andere schepen naar Oostende te varen. Eten, water en brandstof werden aan boord gedaan en op 14 Mei vertrokken wij dus samen met 0.25 en 0.286. Eens buiten, namen wij de 0.25 "overstiere" daar ons schip de sterkste motor had, een 300 P.K., de 0.25 was niet snel genoeg om bij ons te blijven. Tegen de avond van 16 Mei kwamen in Frankrijk aan te Blanc Nez, waar wij werden tegengehouden door een Engelse trailer die er dienst deed als patrouilleboot en werden bevolen aan anker te gaan vóór Calais, daar het avond was werd de haven afgesloten met een ketting! Daar lagen we dus zo dicht bij thuis...

 

Ontsnapt

Maurice en ik besloten dan maar, als het donker was, het anker te lichten en er stilletjes vandoor te gaan. We verwittigden de andere schepen en, na wat getalm van Henri die bang was van in de grond te worden geschoten indien we ontdekt werden, ankers gelicht en 't gat uit… Even binnenlopen in Duinkerke, ja daar lag het vol van grote en kleine schepen, weer weg naar zee, maar op "’t hoofd" werden we onthaald op enkele waarschuwingsschoten om terug te keren, maar "giender nie weie!" En full speed naar Oostende waar we aanlegden op de vroege morgen van 17 Mei (Met de radio riepen we ons gezin op dat we op komst waren.

 

De Vlucht:

Wij spraken af om 's middags terug samen te komen om te zien wat we zouden doen. Na overleg met onze baas, werd de knoop doorgehakt, er werd besloten met het schip naar Engeland te varen en onze families mede te nemen.

 

Het overige van de dag en ook op 18 Mei, werd het schip geladen met onderdelen voor de motor, door Valcke geleverd, netten, kabels, enz… alsook de goederen van ons allen, wat kon meegenomen worden en we zouden dan vertrekken op 19 Mei. Die morgen kwamen wij allen met vrouwen kinders aan boord. Maar... dat was niet alles, voor het schip stond daar een menigte mensen die smeekten om mede te mogen! Als we al die mensen meenamen was het op onze verantwoordelijkheid. Zoveel als mogelijk was kwamen er aan boord, jammer dat de vrouw van Maurice er niet bij was, zij was reeds gevlucht, ook de ouders van Robbert Pots, onze scheepsjongen, die later een bekend schipper werd. Toen ik onze passagiers ging tellen waren er samen 119 vrouwen, kinders en bejaarden, want de helft van 't Gotschalck gesticht was aan boord. Ze zaten overal, onder de bak, in het ruim, zelfs onder het zeil van de boot!
Op de middag kwamen we aan te Duinkerke waar reeds een groot aantal schepen lagen, doch we mochten niet door, de Duitsers hadden er een groot aantal magnetische mijnen geworpen, die eerst moesten opgekuist worden; daar lagen we dus voor een grote twee dagen, gelukkig dat het redelijk weer was, voor ons toch, maar voor al die mensen was dat niet het geval, velen werden ziek en moesten overgeven...

 

Over dag ging het nog, maar 's nachts was het wat anders, gans Duinkerke stond in brand, een destroyer lag op 't strand te branden Duitse vliegtuigen kwamen dan nog bommen werpen tussen de schepen waarbij verschillende treffers, wij verplaatsten ons en gingen wat verder voor anker. Maurice en ik besloten dan samen, want van de bemanning waren er niet veel meegekomen, om alle kleine kinders met de moeders achterin te laten komen en daar te blijven.

 

De moeders op matrassen op de grond en de kinders op de bank rondom de tafel waar ik visplanken aangenageld had opdat ze er niet zouden afvallen. En daar lagen dan al die kleuters, met negen, waarvan ons dochtertje het jongste was, geboren op 9/4/40! En nog zes beneden de zes maanden…

 

Als het nacht was en die gasten gingen aan het wenen, dat was 'n spel.

 

Daar er geen licht mocht gemaakt worden, kroop ik dan op M’n knieën langs onze kooien met een tas suikerwater, om hun speentje in te doppen. ‘s Morgens waren zij dan bezienswaardig, alles was dichtgeplakt van de suiker, oren, ogen en haar… suiker.

 

Op 21 Mei mochten wij dan door, op weg naar Milford was het bijzonder mooi weer, allen gingen aan dek, wie goed was kon beginnen met kuisen en dat was hoogst nodig, want al dat braaksel begon erg te stinken!

 

Maar er was nog wat anders… het eten begon op te geraken, ja voor 119 man was er nogal wat nodig, op het laatst was er nog 'n paar aardappels of 'n schep erwtensoep en voor de rest, riem toe. Ergens binnenlopen durfden wij niet, vrezend niet verder meer te mogen. Gelukkig hadden we nog melk en suiker voor de kleinsten, ook kindervoeding die de moeders hadden meegebracht.

 

Milford:

Na 2.5 dagen kwamen wij in Milford aan (Z.Wales, 12.000 inw.)op 23 Mei. Alle mannen, vrouwen en kinders werden van boord gehaald waar zij zeer goed werden onthaald door Engelse vrouwen en het Leger des Heils. Ze kregen chocolade, cake, koekjes, melk en thee aangeboden!

 

Daarna ontstond een kleine rel, allen moesten de borst en hoofd ontbloten om te zien of zij geen luizen of ziekten hadden…

 

Daarna werden ze naar een kerk gebracht waar alles reeds gereed was om hen behoorlijk op te vangen met eten en slaapgelegenheid.

 

Stromatrassen lagen op de grond, maar vooral werd goed gezorgd voor de kinderen, dit alles gaf iedereen weer nieuwe moed.

 

De volgende dag mocht onze bemanning eindelijk ook aan land, natuurlijk was ons eerste bezoek aan die kerk om te zien hoe iedereen het stelde. Dat er hier en daar werd gehuild hoeft niet gezegd, en bijzonder door de vrouwen waarvan de man er niet was… Ja! Wij waren er nog goed van afgekomen als men dan dacht aan al die vluchtelingen langs de wegen van België en Frankrijk!

 

Pas s’anderdaags werden groepjes gevormd, met zoveel mogelijk familie bij elkaar en van wie de man in Milford was zoals mijn vrouw met mijn schoonzuster, daar mijn broer werd opgehouden in Frankrijk, maar later toch weer bij haar is kunnen komen.

 

De ene werden naar Cardiff (232.000 inw.)andere naar Swansea (16O.000 inw.)of Preston (119.000 inw.)gezonden.

 

Wat ons betreft, na 'n paar dagen gingen we weer naar zee om ons te voegen bij al de schepen die in Dartmouth (7.100 inw.)lagen, waar vrij een paar weken verbleven tot wij allen een vaste haven en verblijfplaats kregen. Wij met de 0.315, kregen Milford toegewezen, anderen moesten naar Fleetwood (25.000 inw.)en de kleinere naar Newline of Brixham.

 

Swansea:

Toen we op zekere dag, opnieuw binnenliepen te Milford, wachtte er ons ‘n aangename verassing, een aantal brieven waren toe gekomen van onze vrouwen met uitbundige beschrijvingen over de ontvangst in Swansea! De statie stond vol volk, zelfs de Lord Mayer met z'n kleinzoon was er om hen te ontvangen, er werd zelfs een foto gemaakt! Op de foto ziet U de Lord Mayer met mijn zoontje op schoot, links van hem zijn kleinzoon, rechts mijn vrouw met mijn dochtertje en links mijn schoonzuster met haar kinders. De "Grote" groep werd dan in kleinere verdeeld, om dan in verschillende leegstaande huizen te worden ondergebracht, de vrouw en Roger,en Gustaaf Debusschere, Christiaans, Debra en Makelberghe werden naar Woodlands Terrace gebracht op 28 Mei-40, in een mooi huis boven op een heuvel.

 

Wij, mannen in Milford, trokken verder ons plan, wij gingen voor de eerste reis naar de "Smalls" vissen met nog vele andere Belgische en Engelse Schepen. We bleven zoveel mogelijk bij elkaar, toen op zekere dag een Duits vliegtuig ons kwam beschieten en de 0.285 onder vuur nam waardoor een matroos, door de schrik, nooit meer de echte werd… Na negen dagen gingen we weer markten in Milford. Een paar reizen verder brak een kleine staking uit door d'Engelsen die verlangden dat' er "Dangermonney" zou betaald worden en natuurlijk voor ons ook dat met veel moeite verkregen werd. Daarbij kwam nog de belofte dat als we terug binnen kwamen, we verlof zouden krijgen om eens naar de vrouwen te gaan in Swansea. Toen we dus terugkwamen van de reis was er geen sprake meer van "congé", dat duurde zo nog een paar reizen, tot we niet meer wilden varen, tot we er kregen! Dit bracht natuurlijk veel miserie mee die niet nodig was en daar kon onze Waterschout van meespreken. Het kwam zelfs zo ver dat er een auto met Belgen naar de gevangenis van Swansea werd gezonden!!

 

Eindelijk kregen we dan toch 4 dagen verlof van 2-7 tot 16-7-40. Toen we in Swansea aan kwamen was er juist "airraid" alarm en we mochten niet buiten de statie tot het over was, dat was 't minste, onze familie was toch bij ons. De vrouwen vertelden ons dat de Engelse geburen vroegen waarom zij gevlucht waren, "Voor 'n paar bommen?" vroegen ze minachtend, doch na de eerste "airraid" 'waren ze weg en we hebben ze niet meer teruggezien!

 

De mannen trokken dan weer terug naar Milford, na dat hartverste: verlof, waar we vernamen dat de 0.315 was opgeëist voor kustwacht Dan maar overgegaan op de 0.242 ook een schip van ons kantoor... Twee dagen later vernamen we dat ook dat schip door de Admiraliteit was opgeëist voor de "Balloon-barrage" …

 

Dezelfde avond even naar de kermis geweest en daar kregen we ' n aatal kinders achter ons, ze riepen traiters (verraders) omdat Belg gekapituleerd had, dit namen de Engelsen ons kwalijk, maar ja, dat waren maar kinders, de grote mensen wisten wel beter, zij waren ook al teruggetrokken uit DUINKERKE! !

 

Bij de "Royal Navy" !

Anderdaags kwam er een loods aan boord om ons naar Pemberdox te brengen waar het schip werd omgebouwd voor "Balloon-barrage".

 

Toen we daar aankwamen gingen we aan anker en... bij laag water, lagen we op de klippen, gelukkig zonder schade en vlak naast diep water. De zaterdag om 12 uur, kwam een vlieger overgevlogen, het afweergeschut stond klaar om te schieten, toen In Engelsman luidkeels riep: “don't shoot it's one of us!” (Niet schieten 't is eer van ons!). Twee minuten later stonden de benzinetanks van Pemberdox in brand...

 

Intussen hadden wij er werk van gemaakt om onze familie naar Milford te krijgen, wat ons gelukte dank zij de "Base" die alles bekostigde. Wij kregen onderdak in Neyland, Honeybow Road Nr 39...

 

Een... krotwoning waar wij 10 Shilling per week betaalden, er was zelfs geen W.C. Wij moesten ons gevoeg maken in een emmer en tweemaal in de week op straat zetten, dan kwam er een wagen het goedje opladen! Niettegenstaande alles waren wij toch zeer tevreden weer bij elkaar te zijn.



Belfast (Ierland)

Na ongeveer 4 weken was ons schip omgebouwd en konden we naar onze nieuwe thuishaven varen onder kennummer R.N. 200.

 

Bij het ombouwen werd het ruim uitgebroken om plaats te maken voor de mannen van de "Airforce", (8 man. Een machien werd op het achterdek geplaatst om de balloon op- en neer te laten, een raar gezicht daar ook onze achtermast was weggenomen, alles klaar op 8-9-1940. Ik had vernomen dat er op het Ministerie mensen waren die niet wisten wat een "Balloon-Barrage" was! Wel dat zijn kleine motorboten of drifters, die tussen de konvooien varen, voorzien van een soort "winch" op het achterdek om de balloon op- of neer te laten en de vliegers te laag te komen beletten, om de schepen te beschieten of te bombarderen, dit werd ook toegepast in de baaien waar de konvooien gevormd werden, maar daar gebruikte ze grotere balloons.

barageballoon
(Baloon Barrage tijdens de landing in Normandië)


Op 9-9- 40, vertrokken we dan naar onze nieuwe bestemming, waar we aankwamen op II-9, (500.000 inw); we legden aan bij de grote graansilo’s waar duizenden wilde duiven rondvlogen, dezelfde avond aten we... lekkere duiven! Een "bobby" had het gezien dat we duiven hadden gevangen. ‘s Avonds, als het donker was, kwam hij achter ons om te tonen waar de duiven sliepen. We gingen met hem mee, hadden een zak bij ons, hij een zaklantaarn, lichtte ons bij en... pakken maar, ‘n kik en de zak in, thank you bobby!



Bangor

Onze schuilhaven was Bangor, ‘n kleine haven waar we goed ontvangen werden door zeer vriendelijke mensen. Wij waren daar met een zestal Belgische schepen en verscheidene Schotse drifters. De dagen verliepen er nogal rustig met nu en dan een aanval van Duitse vliegers, doch zij konden weinig schade aanrichten door de versperring van onze balloons die van 3000- tot 3500 voet hoog hingen. Er werd ook eens ‘n aanval ondernomen op een scheepswerf, waar een slagschip werd gebouwd, ik geloof dat het de "Formidable", was, maar... het schip was juist de dag voordien vertrokken op proefvaart!

 

Een eigenaardig volk die Ieren, zij plantten de Engelse vlag boven op hun in stukken geschoten huis! Ik herinner mij nog het bezoek van de Engelse Koningin aan Belfast, na een luchtaanval, zij toonde aan de omstaanders de hoed die ze droeg en zei: (kijk ik heb deze hoed zelf veranderd omdat het uitgeven te kostelijk zou zijn…. En die brave vrouwen geloofden dat! Wij werden ook op veel feestjes uitgenodigd, onder andere bij een Ierse ingenieur, die zich bezighield met het maken van kleine, elektrisch aangedreven vliegtuigjes, hij bezat er vele schone, hij was gehuwd met een Hollandse.

 

Ook met Kerstdag werden allen die vrij waren, uitgenodigd op het Kerstfeest in Belfast in een grote zaal, er waren veel Naties uitgenodigd en elke Natie moest zijn volkslied zingen, op een verhoog. Tjechen, Hollanders, Fransen, Belgen, Polen, Noren, enz.

 

Een echt Christmas menu werd opgediend, kalkoen en pudding, elkeen kreeg dan nog een geschenk: schrijfpapier, enveloppen en pennen, chocolade en snoepgoed!

 

Op Nieuwjaardag van 1941, kwam ik in verlof naar Neyland, voor 7 dagen. Toen ik ‘s avonds laat thuiskwam, zat gans de familie op me te wachten, bij een stoof die niet brandde, versteven van de koude met al hun kleren aan… Goed en wel binnen, begon mijn vrouw wenend te vertellen dat zij van de koolman geen kolen kreeg, daar wij toch maar verraders waren, zegde hij!

 

Ik, brieschend van Koleire, naar de politie, na mijn beklag ging hij met me mee naar de koolmarchand, daar ontspon er zich een gesprek die voor die koolvent niet van de poes was, hij moest aanstonds twee zakken kolen naar ons brengen, samen met de agent, die zijn verontschuldigingen aanbood, dat het niet meer zou gebeuren en hij ‘n oogje in 't zeil zou houden!

 

Het verlof was natuurlijk rap voorbij en ik zei tegen mijn vrouw, dat wij bezig waren om hen naar Bangor over te brengen, dat is dan nog gelukt ook. Wij hadden een goede talisman, in de persoon van Fernand Blondé die veel heeft gedaan om onze familie naar Bangor te krijgen. Ook Madame Baels in Milford en haar zoon Wardje hielpen goed mee, want het ging niet zo gemakkelijk, maar tenslotte met de medewerking van de "Base", kwam alles toch voor mekaar.

 

Het was voor de vrouwen en kinders geen plezierreisje, zo ver, van Neyland naar Heyeham, waar zij werden ingescheept naar Belfast en dan de trein op naar Bangor, daar hadden wij reeds voor Woonst gezorgd in de Seacliff Road Nr 164, dit op 14-2- 194I.

 

Wij woonden daar met drie families: Maes, Lambrecht en DEBUSSCHERE, in een mooie villa maar… gans ledig! Onze meubels kochten wij in een "Second-handshop" en bestonden uit: bed, tafel, 4 stoelen en enkele appelsienkisten; ( de meubels verkochten we dan weer toen we daar weg gingen en kregen soms meer dan dat we ervoor betaald hadden… Voor onszelf en de familie was het in Bangor een veel beter leven,



Militieplicht:

Daar in Bangor kregen wij ons eerste "consul" aan boord van de 0.242, allen goedgekeurd, uitgenomen Albert Rycks omdat hij spataders had.

 

Onze officier, een kolenhandelaar uit Londen, zorgde er voor, samen met de "Base", dat wij geen dienst moesten doen in de Belgische Navy.

 

Het deed al ‘n tijdje de ronde dat we weg moesten daar er zoveel gevaar niet meer was van vliegers. In de ganse tijd dat we in de baai lagen, hadden we maar één vlieger gevangen en het was dan nog 'n Engelsman



Oban (Schotland):

Dus moesten wij met nog een schip naar Oban, de andere naar Greenock. Op 14-3-42 vertrokken we en na een stormachtige overtocht kwamen we toe in Oban (60O0 inw.)op 16-3-42. Daar bestond ons werk uit bevoorraden van schepen, met proviand en kleine balloons, ook een standplaats van matrozen te Lismore, moest bevoorraad worden. Na een paar maanden moesten we weer weg, naar Greenock, waar wij hetzelfde werk deden als in Oban, maar daar was veel meer te doen, in de baai lagen er soms meer dan IOO schepen. Daar wij het snelste schip hadden was het altijd van: Jeanne-Marie ahoy, soms dag en nacht, soms lastig maar ook plezierig. Ik had er wat op gevonden wat de bemanning meest nodig had, ik bracht hen een IO tal dagbladen in ruil voor appelsienen, sigaretten, bananen of soms ajuinen, die waren daar moeilijk te kopen.

 

De "Marie Curie" lag daar ook na een aanvaring met een kruiser, hoe die nog was blijven drijven, het was bijna onmogelijk want wij konden er onderdoor drijven!



Glasgow:

Daar onze families nog in Bangor waren, vroeg ik verlof om hen naar Glasgow over te brengen, na alle papieren in orde te hebben gebracht kreeg ik 10 dagen verlof. Dus weer hetzelfde liedje, verhuizen… de trein op en dan met de boot tot in Glasgow, het was toen 15-7-42. Ons nieuw adres: North Hanover Street Nr 48. We beschikten daar over ‘n kamertje in een flat, als men ‘s avonds thuiskwam moest men opletten niet te vallen over de koppels die overal op de trappen lagen te vrijen! Andere plaatsen waren er niet te vinden daar de bevolking van 3 miljoen, gestegen was tot 5 miljoen. Toen we voor 't eerst in “ons” appartement" binnen kwamen, keek moeder Margriet eens rond en zei: "Roger vent, waar heb je ons hier gebracht. Ja, vuil was het er wel en we hadden veel te schrobben, maar wat wil je, we hadden toch woonst, veel waren er die 't nog slechter hadden. Met ons schip bleven we nog in Greenock tot 9-8-42 en dan terug naar Oban. In Glasgow werden wij met drieën weer opgeroepen om naar Londen te gaan voor ‘t “consul"! De kommandant vroeg ons of men daar in Londen gek was. Ze wisten toch dat wij in dienst waren van de Navy, we kregen een brief mee als bewijsstuk en daarmede hadden wij Londen eens gezien! In Oban heb ik dan mijn ontslag gevraagd, dat ik met grote moeite heb verkregen na iemand anders in mijn plaats te hebben gevonden.

 

Ik wilde weer gaan vissen…



Fleetwood en Preston:

Ik trok alleen naar Fleetwood (25.000 inw.) waar ik op 29-12-42 aankwam. Ik begon als reserve motorist en ging beurtelings mee met 0.87, 0.292 en 0.308 waar ik dan voor goed bleef aangemonsterd.

 

Ik verbleef dus alleen in Preston (119.000 inw.), Faringdon Park.

 

Op 5-2-43 liet ik dan mijn familie van Glasgow overkomen naar Tulketh Brow Nr 8.

 

De visserij werd zowat overal bedreven, rond het eiland Man, het zuiden van Ierland tot IJsland. Eens vangden wij een mijn aan Waterfoort, die ontplofte terwijl we aan het winden waren, dat gaf me daar ‘n knal en het was alsof de zee in brand stond! Alle elektrische lampen kapot, de brug ontzet, touwen, planken en het net, alles was weg, wij hadden veel geluk en kwamen er met grote schrik vanaf. Een andere maal, op de terugweg van Ijsland, dit deden we altijd samen met de 0.87, 0.292, 0.308 en een Frans schip, de Jean Ribeau waarop Robert Rycx kapitein was en ook het bevel voerde over de andere schepen, werden wij overvlogen door een Engelse vlieger die teken deed dat we moesten stoppen, maar we verstonden dat niet en vaarden door… Later in Fleetwood wisten we waarom wij moesten stoppen, door ons schroef belemmerden wij de vlieger om zijn "Asdie" te gebruiken, diende om een Duitse duikboot op te sporen die in onze nabijheid was.



Terug naar huis!

 

Zo gingen de oorlogsdagen stilaan voorbij, tot op zekere morgen, toen wij in Douglas-Eiland Man lagen, schoten we allen plots wakker omstreeks 5 uur, door een harde bons op dek, het was de havenmeest van Douglas die, met zijn handen in de lucht, ons kwam vertellen dat de landing in Frankrijk had plaats gehad!

 

Van slapen geen sprake meer, we vroegen ons af wanneer het zou af lopen zijn en terug naar België konden vertrekken…

 

Op 26-7-I945, dus na 5 Jaar was het zo ver en kregen we ons "paspoort. Mijn vrouw en de kinders waren reeds met de trein vertrokken naar Dover en dan met de maalboot naar Oostende. Wij vertrokken dan uit Fleetwood met de O.308 ook naar huis en konden aanleggen in het 2e dok. Daar werden we op een auto geladen en naar de muziekschool gebracht in de Ieperstraat. Daar zaten een hele bende schrijvers en schrijfsters om ons te om vangen! Zij vroegen ons of wij soms meer dan 5 pond bij ons hadden indien ja, moesten we het overschot afgeven, daar wij, bij ons vertrek, niet meer mochten bezitten… Maar stilletjes vroegen ze: "Als ge er meer hebt kunnen wij ze van U afkopen, zo zal het dan niemand weten", dat was natuurlijk om er dan handel mee te drijven… Maar van mij kregen ze er geen, zo slim waren we nog wel!

 

En zo kwam er een einde aan onze reis van 23-4-1940 tot 25-8-1945 de langste en zwaarste reis die we ooit in ons vissersbestaan hadden gemaakt.



Roger Debusschere.