Mijn grootvader "Roger Debusschere" schreef in een klein boekje over zijn jeugdjaren tijdens de eerste Wereldoorlog. Naast het levensverhaal kom je ook veel te weten over het Oostende van het begin van deze eeuw.  Lees ook z'n verhalen tijdens WO II

 

De verhuis

Toen we in 1913 van de Renteniersstraat 13 naar de Elisabethlaan verhuisden waren we met vijf, Adrienne, Maria, Gustaaf, mijn ma en ik. Onze moeder was net hertrouwd met Jozef van Houte, van Lefinge die naar we later ondervonden liever lui dan moe was. Hij had reeds 2 zonen en 1 dochter. Als kind gingen de dagen al spelend voorbij. Eind 1913 gingen we langs de Torhoutsesteenweg 448 wonen.



Begin van de oorlog

Toen de oorlog in 1914 uitbrak kwamen veel met pak en zak beladen vluchtelingen voorbij, met grote en kleine kinderen, met fietsen, kinderwagens en al wat kon rijden. Ook soldaten met kleine hondekarretjes met een kanon op trokken voorbij.

 

Ulanen

Ulanen (foto)

Toen we op een namiddag voor de deur aan het spelen waren kwamen de eerste Duitsers. 3 Ulanen te paard, 1 tussen de tramsporen, 1 in het midden van de straat en 1 langs de huizen. Wij moesten naar binnen, maar zij deden niets, keken goed rond en reden verder.

 

ingekwartierd

Adrienne was in vakantie in Lichtervelde toen de oorlog uitbrak en is daar de hele oorlog gebleven. Er kwamen langsommeer Duitsers, waarvan er 2 bij ons ingekwartierd werden, Frits uit Berlijn en Karl uit Keulen, twee brave mannen. Frits een echte vaderlander en Karl die niets van de oorlog moest weten, soms kwamen ze in ruzie, maar het ging rap over. Ze werkten beiden bij de proviand waar het eten voor de Duitsers toekwam. Voor ons nog niet zo slecht want soms kon er een Duits broodje of een stuk leverworst vanaf. Daarvoor stopte ma dan ook hun kousen. Dat heeft maar een vijftal maanden geduurd want dan moesten Frits en Karl naar het front. Voor ze weggingen rolden zij nog een groot vat zuurkool binnen. Een tijd nadien hoorden we dat Karl gesneuveld was.



Boerderij Dewitte

Vlak voor onze deur was de boerderij van Gustaaf Dewitte, op de hoek van de Mariakerkelaan en de Torhoutsesteenweg waar nu de garage van Provoost is, de vader van Maurice Dewitte onze latere burgemeester van Stene. Alle dagen speelde ik met de jongste zoon van Staf die me soms een ei of een schelle hesp gaf die hij voor mij spaarde of niet wilde opeten. Daar waren twee sterke met balken versterkte kelders, één voor Dewitte, één voor onze gebuur en één voor ons. Als er geschoten werd, sloegen wij op de muur, kwamen samen buiten, en liepen naar de kelder. Dewitte had ook een hofstede in de Stuiverstraat, rechtover het tegenwoordige kerkhof, waarnaar ik altijd mee ging met paard en wagen.



Kerkhof Stuiverstraat

Op de plaats waar nu het kerkhof ligt werd er door de Duitsers een grote barak gebouwd, waar altijd een wacht rondliep en veel vrachtwagens met lijken van het front aankwamen. Daarin stonden lange tafels waarop de lijken werden gelegd om geïdentificeerd te worden.



De Soldatenberg

Intussen waren de Russische krijgsgevangenen bezig de batterij tirpits te bouwen. Wat deze mensen hebben geleden is onbeschrijfelijk. Zij waren ondergebracht op en onder de soldatenberg, achter 3 meter hoge draad bijna zonder eten en met veel slagen en schoppen. Beneden de berg was er een grote tuin die omsloten was door muren. In die tuin stonden veel fruitbomen. Als het donderdagnamiddag was, en geen school, gingen wij bijna altijd naar de Russen die daar rondliepen, in hun lange schamele jassen en in vodden gewikkelde voeten. 's Zomers kropen we, als wij het gat schoon hadden, over de muur, pikten dan appels en peren en smeten die over de muur. Daarna gooiden we die dan over de draad naar de Russen, die er dan voor vochten, waar wij als kinderen dan nog plezier mee hadden. Als het goede wachters waren mochten ze het soms houden, anders aten de wachters ze zelf op.



Beschietingen

Intussen was het al 1914 geworden en ik 9 jaar. De batterij was reeds klaar en ze schoot regelmatig naar het front, Nieuwpoort of Diksmuide. Zij wisten ook waar zij schoten want in de weide van de hofstede die er nu nog altijd staat, in de Stuiverstraat recht over het kerkhof, werd er een ballon opgelaten, met een mand aan waarin een man zat, die gans het front kon overzien. Zeer lang heeft dat niet geduurd,want de geallieerden kregen het in de gaten. Er werd een vliegtuig gestuurd, bijna altijd dezelfde, met name Willy Koppens, die ze regelmatig brandend neerschoot. Er werd een liedje gemaakt, die ik niet meer gans herinner. Het Was van "Willy schoot gans dat zootje in brand en vluchtte dan naar Engeland." De Tirpitz werden nu en dan vanuit zee beschoten. Ik herinner het nog goed. Op de namiddag dat ze voor het eerst werden beschoten speelden wij voor de deur en viel er een stuk bom in de straat. Wij wilden het oprapen maar we verbrandden onze vingers omdat het door de zakdoek,waarop we het gelegd hadden, viel.


De Vindictive vlak voor haar vertrek naar Oostende

De HMS Vindictive in de haven van Dover, vlak voor haar vertrek naar Oostende. (foto)

 

Het was me wel een nacht met al dat gedonder en gefluit toen de Vindictive in de haven werd gestoken. Wij allen zaten in de gang boven op de trap, in plaats van eronder. Ma zei altijd dat de trap van de gebombardeerde huizen bijna altijd bleef staan. Door de verlichtingen van de schoten en de ontploffingen was het bijna dag in de gang, een verschrikkelijke nacht was dat.



Ik was al geen van de braafste en met te verouderen verbeterde dat niet. Ik had eens een grote sigaret gevonden. Met Staf mijn broer en dike gingen wij elk een trekje doen. Achter de muur van Staf Dewitte stond er een grote houten bak met bruine teer, waarmee men de potten, die overal rond de batterij stonden, vulden om de batterij onder rook te zetten en om ze zo weg te steken. De sigaret werd aangestoken achter die bak. De lucifer smeten we natuurlijk recht in de bak die aan het smeulen ging. Wij gingen naar de gracht water halen om te blussen. Toen begon het spel, in geen tijd rookte gans die bak. Wij renden natuurlijk weg. De Duitsers konden ook niet veel meer doen dan dreigen. De donder witters waren niet uit de lucht toen de mannen naar Duitsland zouden worden gezonden als men niet zegde wie het gedaan had.

 

Ik was eens aan Petit Paris en zag daar een vroegere petrolkar, waarmee men vroeger petrol leurde van deur tot deur, met vanachter een bak waarin de liters en halve liters stonden en ook de kraan. De Duitsers gebruikten die wagens om water te halen voor de paarden. Ik kroop in die bak. Na een tijdje draaide ik eens aan die kraan, dan een beetje meer. Daar liep het schone Duitse water in een rechte streep over de weg, vanaf Petit Paris tot aan onze deur, waar de voerman het in de gaten kreeg door zijn achterruit. Hij kwam van de bok en peelde mij uit die bak.. Met zijn lederen paardenzweep kreeg ik er zo van langs dat horen en zien verging. Ma stond aan de deur en had alles gezien. Ik kon wel wenen, maar ik kreeg er van haar ook nog een pak bij. Die Duitser bekeek ons nog eens en had er dan nog leute mee.

 

Stout waren wij wel maar lui zeker niet. Als er wat te begaselen viel waren wij erbij. Wij hadden een rollewagen met twee houten wielen, een traam en een grote bak. Daarmee gingen Maria en ik naar de Meiboom, tussen de bils, met een haak kolen gaan pikken. Na een paar malen werden wij, bij het naar huis gaan met een volle wagen, gestekt door twee veldwachters. We moesten de kolen weer leggen van waar ze kwamen, en met een paar slagen rond onze oren mochten wij gaan.

 

Koffie was er voor ons natuurlijk niet. Wij gingen dan maar houwtjes van gerst rapen, die wij dan in een fruitpan brandden. Dat was dan goedkope malte.

 

Paardesuiker gaan pikken bij de Duitsers was niet altijd plezierig. Tussen de Vandijck- en Molenstraat was er een hangar, waar voor de oorlog petroleumkarren van Fina werden ingeplaatst. Ook de paarden hadden daar hun stal. Daar was haver, suiker en alles wat nodig is voor de paarden. Langs de Molenstraat was een klein deurtje waar wij met een zestal naar binnen gingen om onze zakken met paardesuiker te vullen. Daar stond hij dan, een reus van een soldaat, in het enige deurgat waar wij langs moesten. Dan maar één voor één naar hem toe, om een pak slaag te krijgen. Wij hadden nog steeds de suiker in onze zakken,wat hij waarschijnlijk vergeten was .

 

Eens in de week gingen Maria en ik naar een mandenmaker in de Kaaistraat met onze rollewagen om visafval om te verbranden. Tussen de Steenbakkersstraat en de Torhoutsesteenweg was er een groot stort van mijnheer Dewulf (bijgenaamd Pater). Wie het eerst op het stort was kreeg van hem de koks. Eens waren wij de eerste en maria zei tegen mij:"Vraag aan Pater Wulf de koks". Ik ging naar hem en vroeg: "Pater Wulf zult U de koks voor ons sparen?" Hij keek op, greep zijn haak,waarmee hij kolen open haalde, en lanceerde hem achter mij aan en riep: "Kom niet meer op het stort!"

 

Wat ons eten betrof was het ook alle dagen hetzelfde: gestampte petatten, koolrapen, paardebonensoep, veel te weinig brood (die met twee messen moest gesneden worden, één voor het snijden en één om het mes af te kuisen.

 

De verlichting bestond uit een blikken doos gevuld met karrevet en een wiek erin. Rook was er niet te kort.

 

Ma werkte gedurende de oorlog bij de vrederechter en bracht soms iets mee wat over was. Ook de schellen van de petatten die wij dan maalden, in een vleesmolen, en in een basin met water zetten. Zo hadden wij dan wat petattebloem.

 

Als het kon gingen wij naar de Conscience school, die door de Duitsers was bezet, met een kan om het overschot van soep of pap met pruimen erin. Met onze kitte dwaalden wij door de gangen en klassen. Als de wacht ons in de gaten had was het om ter rapst naar buiten.

 

Mijn vriend Gusten Broucke is ook ongelukkig geweest. Wij liepen achter een rodekruis wagen. Aan zijn straat kwam hij er van achter en liep vlak onder een tegenligger. Hij heeft er een scheve nek van overgehouden na lang in het ziekenhuis te hebben gelegen.

 

In zijn huis was een bureau van officieren. Vlak daarover, in de Slachterstraat, stond een grote tankwagen vol met petrol, met een grote kraan achteraan waarmee men hem kon leeg maken.

 

Na wat rond de wagen gespeeld te hebben wilden wij de kraan open draaien. Die was vastgemaakt met een dikke ijzerdraad. Die wroetten wij los, een draai aan het wiel van de kraan en daar liep de petrol op de straat. Een soldaat die uit de poort van Gusten zijn huis kwam, had het in de gaten maar er was al heel veel uitgelopen. Wij renden elk naar een andere kant op. Op de hoek liep ik vlak in de armen van een Duitser die gezien had wat er gebeurd was. Hij greep mij vast maar ik gaf een ruk en was los en weg. Maar men had Gusten herkend en die kreeg 's avonds een duchtig pak slagen en men dreigde ermee dat vader Kamiel alles ging moeten betalen. Zij moesten weten wie erbij was maar natuurlijk wist hij het niet. Alles bleef bij dreigementen. Gusten was ook zo'n deugniet. Hij is later nog schoolmeester geworden. Die tijd heeft hij waarschijnlijk niet aan zijn leerlingen verteld.

 

Hij had ook eens een revolver gestolen die op een bureau lag bij het open venster. Hij heeft hem in het geleed gesmeten daar hij bang was van het onderzoek door de Duitsers, die een ganse revolte teweeg bracht. Had men die revolver moeten bij hem vinden, dan zat zijn vader zeker in Duitsland.

 

Er waren eens op een middag een dertigtal paarden doodgesmeten door bommen in de weide van Neron Slembroek. Alleman die kon ging er naartoe met een mes. Wij gingen ook met een broodmes en een handdoek. Maar wij kregen het mes niet door de huid en waren verplicht hier en daar stukjes af te snijden. We hadden er reeds een mooi pakje bij elkaar gesneden toen de Duitsers kwamen en wij alles moesten op een hoop gooien. Slembroek was de besten. Hij had ganse billen mee. Maar hij was dan ook een paardenslachter.

 

De bakkerij van de Duitsers was in het Blauw Kasteel. Daar kwamen ze de wagens vullen met brood. Dit waren wagens die volledig toe waren, en achteraan gesloten met een spajolet. Als er geen of weinig Duitsers in de omtrek waren, stonden zij klaar, de opgeschoten jongens en vlugge lopers. Ze trokken aan de spajolet en daar vielen de broden. Ze namen l of 2 broden en weg waren zij. Een specialist daarin was de kerkdief. Eens hebben wij vis gekregen met de bon. Een kongel van twee kilogram, met enorm veel graten. De Grice, dat was de winkel waar men het meest kon krijgen met de bon, was gelegen op de groentenmart.

 

Gedurende de oorlog moesten wol, koper en zelfs honden die geen trek- of waakhonden waren ingeleverd worden.

 

Er viel eens een bom aan de Boelvaar Roger en de wol hing overal aan de balken en telefoondraden. Ik heb ook die mooie Engelen aan de Desmet denayerbrug naar beneden zien trekken door de Duitser.

 

Op een dag kregen wij op school te Stene dorp het nieuws dat al wie van de Hoge Barriere en Vette Gras woonden niet meer naar school mochten komen, daar het spergebied werd.

 

Gedaan dus met eieren pikken van de hofstede langs de Steense Dijk. Dat was daar gemakkelijk, omdat de schuur ver van het gebouw was gelegen.

 

Het heeft er ook eens gestoven op de Hoge Barriere, toen de facteur een lelijke val deed. Dat ging zo. Op de hoek van de Vandijkstraat en de Torhoutsesteenweg stond een gebombardeerd huis. Daarvoor stond een telefoonstaak. Die facteur kwam daar alle dagen om 6 uur voorbij op een fiets met op de wielen resortjes tussen twee ijzeren banden. Men kon hem van ver horen komen. Er werd een ijzeren draad aan de staak vastgemaakt tot aan ons huis. Ter hoogte van zijn stuur. Als de facteur ter hoogte van de draad kwam werd de draad dicht getrokken daar ging hij overin. Men moest hem naar het lazaret voeren. Er werden natuurlijk geen daders gevonden, maar er werd wel een serieus onderzoek ingesteld met de gewone dreigementen.

 

Door het spergebied ging ik dan naar school in de borstelfabriek van Hoeley in de Zwaluwstraat, een katholieke school met geen meesters maar met beulen. Vanals men iets misdeed moest men kneukels maken dan sloeg men erop tot bloedens toe. Bijvoorbeeld: als men niet met de school naar de mis ging kon men voor drie dagen, gedurende de speeltijd, met de blóte knieën in je kloefen zitten. Dat was ver van plezierig, ge moet maar eens proberen. Lang heeft dat niet geduurd, ik ben er weggelopen.

 

Toen er een meester kwam vragen waar ik zat wist ma daar niets van. Ik ging reeds naar het Karoline Hof in de Wellingtonstraat. Men was daar veel vriendelijker. Met ma is dat goed afgelopen. In de school kregen wij 1 maal in de week een broodje of een rijsttaartje met het tasje fosfatine. De lieve kindjes mochten dan met een kitte en een mandje naar beneden gaan achter ons rantsoen, broodjes en tasjes als er leerlingen waren. Als er soms een tasje over was, kreeg elk op zijn toer een tasje.

 

Ik kan nu nog niet begrijpen dat de meester mijn naam afriep om met de kitte achter ons rantsoen te gaan. Toen ik in de klas terug kwam bekeek de meester mij eens goed, maar zei niets. Maar ik heb nooit meer moeten gaan. Waarom? Hij vond het misschien verdacht dat er niets over was. Ik kon het wel begrijpen.

 

Wat wij wel zagen was dat onze meesters 'S morgens veel dunner waren dan 's avonds. Zij hadden dan ook grote zakken in hun jas genaaid, waar heel wat broodjes in verdwenen. Natuurlijk gaven zij meer leerlingen op en verdeelden die dan onder elkaar.

 

Wij hadden gedurende de oorlog ook onze figuren zoals de Vlooien Baron, Madam Loulou, Esklamadie Esklamadona. Die laatsten was een Italiaan. Jongens wat kon die man lopen op zijn witte kajutten. Als je die naam noemde en hij hoorde het, dan mocht men zich aan een ferme pak slaag verwachten.

 

Ik kwam eens met een schoolkameraad van school en ik zag hem komen. Ik vroeg aan die jongen: "Kunt gij zeggen Esklamadie Esklamadona?', Ik liet hem dat zeggen tot wij bij hem waren. Ik rende weg maar hij had hem te stekken en kreeg me daar een pak slaag, die ik dan van hem terug kreeg, want hij was veel groter dan ik.

 

Zo werd het stilaan 1918. Ik deed mijn Eerste Communie gekleed in een matrozenpakje. Een korte witte broek, gemaakt van een oude broek dat ma gekregen had van de Vrederechter, een blauwe schabbe met een marinekraag en een nieuwe liste sluffers.

 

De oorlog begon op zijn einde te lopen. Veel soldaten gingen naar het front en veel sukkelaars die weer kwamen. Op een dag schoot de batterij gans de dag naar het front. Hij kreeg ook zijn part vanuit zee. Wij zaten voor 2 dagen in de kelder. Ma kwam er nooit in en bracht ons te eten. Die kelders waren goed van matrialen voorzien, kambomen, kamers, breekijzers en zelfs water. 's Morgens na de tweede dag hoorden wij niets meer, wij gingen naar buiten waar er geen Duitsers meer te zien waren. Het eerste wat wij als jongens deden was een houten plakkaat, waarop geschilderd was It tjoek fur (tram), bekogelen met stenen. Dan gingen wij met een jongen of zes naar de batterij. Het eerste wat wij tegenkwamen was de smisse, daarvoor stonden verscheiden fietsen, waarmee wij de hele morgen speelden. Wij waren de eersten die de batterij betraden. In de namiddag zat de batterij reeds vol met grote mensen die van alles uit de bunkers sleurden, meubels, zetels, bedden en zelfs een piano en alles van het schoonste. Alle kanonnen waren gesaboteerd. Ook werd er door zeer veel mannen de grote koper doeien rollend weggevoerd. Die zaten vol met in een zak genaaide lange fuzees die, denk ik, achter de bommen werden gestoken. Staf en ik namen ook elk een doeie en rolden hem naar huis, geen klein karwei voor jongens als wij. Die heeft ma nog verkocht aan haar zuster uit Lichtervelde voor 5O fr. Ja, haar zuster was eens gedurende de oorlog al gras trekkend, uit Lichtervelde tot voorbij de kromme elleboog gekomen voor zij door de Veldwachters werd geknipt en in de bak gestoken. Zij heeft toch nooit willen zeggen wie haar een eindje had meegevoerd.

 

Nu bestaat er nog één van die twee doeien. Ik heb hem nog niet lang geleden gezien.

 

Met die poederstokken of fuzees heb ik nog een staaltje beleefd. Ik bracht al spelend één mee naar huis. Ik wist wel dat dit spul graag brandde. Wij hadden er al dikwijls mee gespeeld in de vorm van een kluitje, fijne naalden; vierkantjes en van alle vormen. Maar nog nooit zulke grote, ongeveer 1.5Om lang en leeg vanbinnen en ongeveer 2 1/2cm dik. Ik stak hem aan in de keuken, waar ma bezig was met dweilen.. Ik hield dat vast maar opeens gaf me dat een knal. Ik liet de fuzee vallen, maar daar kwam leven in, spetterde de keuken rond en de stoof waar onze kat in een bak lag te slapen en zijn rug verbrandde. Ik vluchtte de vouwte in, keek door een garretje en zag ma met een natte dweil proberen dat spul te vangen maar dat ging niet, ik stond daarmee nog te lachen. Als hij opgebrand was peelde zij mij uit de vouwte. De uitslag was een ferme pak slaag en zonder eten de ganse nacht in het konijnekot slapen. In onze reek woonde beenhouwer Kaestekker. Die werd bijna gans de oorlog door de Duitsers gezocht maar nooit gevonden, nochtans was hij thuis. Hij zat onder de grond. Vanaf de eerste dag dat de Duitsers weg waren stond hij aan de deur zo bleek als de dood. Wel, die man kocht al die koper doeien op aan 1O frank het stuk om die later met grote winst te verkopen. Zijn koer lag er vol van. Op een dag werden zij weggehaald door het leger en hij was al zijn geld kwijt.

 

De eerste Belgen dat wij zagen waren twee cyclisten aan de Hoge Barriere. Natuurlijk ging alleman naar hen toe. Veel kon men hun niet aanbieden, want men had zelf niets. Zij vroegen steeds of er geen Duitsers meer waren want bang waren zij wel. Toen zij terug reden renden wij jongens achter hen aan met onze kloefen in onze handen. Toen wij bijna aan de kromme elleboog waren zagen wij niets meer. Een eindje verder stopten de cyclisten. Van overal kwamen soldaten uitgekropen, uit bomputten, grachten. Toen zij allen op straat in het gelid stonden en vooruit werden gecommandeerd liepen wij met hen mee. Wij kregen van hen sigaretten. Onze zakken puilden uit. Wij mochten ook eens een geweer dragen maar dat was rap gedaan toen de officier het zag. Aan de barriere teruggekomen, keken wij onze ogen uit. Waar al die vlaggen vandaan kwamen, niet te geloven, zelfs een man stond er het volkslied te blazen met een koperen trompet. Alle Duitsers waren nog niet weg, men haalde er nog één uit de kleerkast, die was weggestoken door een Duitse hoer. Verscheidene dagen nadien vloog op de batterij nog een bunker in de lucht maar er waren niet veel mensen meer op, toch was er een dode.

 

Wij zijn dan verhuisd naar de Torhoutsesteenweg 27, een eindje verder. Intussen was Adrienne terug thuis gekomen uit Lichtervelde en naaide voor de mensen. Toen de. oorlog gedaan was hadden wij daarom onze streken niet verloren. Niet ver van ons woonde een oud ijzermarchand Sissen Wachter. Mijn zuster Adrienne is later nog met de zoon Oscar getrouwd. Zij hadden nog een zoon van onze ouderdom, ook geen van de braafste. Toen wij wat ijzer verkochten hielp Maurice het wegdoen en smeet het voor de poort in de Van Dijckstraat. Wij haalden het van onder de poort met een haak en verkochten het IS anderdaags weer. Maurice en ik maakten eens een vuurtje boven in een gebombardeerd huis. Emely, de moeder van Maurice, zag de rook door het venster naar buiten komen en dacht Maurice zal daar wel bij zijn. Ze riep enige maal naar Maurice: "Kom naar beneden." Hij zei tegen mij: "Zeg dat ik er niet ben." Maar ik wilde niet want dan zou zij weten dat ik erbij was, tot hijzelf riep: "Ik ben er niet!" Zij kon niet bij ons daar er geen trap meer was. Wij waren langs een touw naar boven geklauwterd.

 

In een café woonde Schele Farilde. Daar deden wij verscheiden malen ruite tik. Dat ging zo. Een speld werd in de mastiek van de ruit zo hoog mogelijk gestoken, een bolijn garen waaraan we een paar knoopjes bonden waren aan de speld vastgemaakt, en in een deurgat wat verder weggestoken. Toen trokken wij aan de draad die de knoopjes tegen de ruit liet tikken. De barin kwam telkens kijken maar vond niets. Wij herbegonnen dan maar, tot een klant vertelde wat het was. Dan gingen wij ergens anders beginnen.

 

Aan de molen van' Storme was een groot stort waar wij vogels gingen vangen met lijmstokken. Vooral vingen we spreeuwen die wij dan lekker opaten. Eens vingen wij maar één spreeuw. We bonden een stuk papier met een touwtje aan haar poot en staken het in brand. Die vloog in een hooivumme die ook in brand vloog. Niet zo mooi maar daar dachten wij toen niet aan.

 

We verhuisden toen met de school van Careline Hof naar de Conscience school. We kregen allemaal iets te dragen, pakjes, griffels, cryons, leien, kalk, enz. Dat er veel verdwenen was, was zeker geen wonder, tegen dat elk iets had.

 

Intussen moest ik gaan werken als jongetje bij een timmerman, in de Kroonlaan. Ik verdiende daar 3,5O fr in de ganse week, zaterdag en al.

 

Na twee jaar ben ik dan gaan werken in de fabriek niet ver van ons, bij Vandamme waar men kaders maakte. Toen die naar de boterput verhuisde ging ik mee. Mijn broer was intussen gaan varen en verdiende meer, hij had meer drinkgeld. Hij kon gemakkelijk 4 maal per week naar de cinema gaan in de tijd dat hij thuis was. Ik moest 3 weken sparen om 1 maal te gaan. Daar was ik jaloers van. Ik ging ook varen op hetzelfde schip als timmerman. Geloof me, dat was niet van de poes. In het begin was ik zeeziek. In die kolenbunkers met die rokende fakkellamp of in speerbonker waar men de kolen tot 5 maal toe tussen uw benen moest scheppen in een tunnel van O, 75m hoog, voor zij op het stookhol arriveerden.



MAAR AL BIJ AL, WIJ ZIJN ER NOG NIET VAN DOOD GEGAAN

 

geschreven op 16/11/2005
bertinoOs du fore voe de deure stoat oftewel os du faistdagen ankommen moenkik altied pézje an vrienden dank vroeger vele gezien hen op de foore, in danszoalun of in un cafésjangtang en  die nu voe altied weg zien. Sommugun zien ollange vergeten, mo anderen kommen altied mo in mien gedachten.Special du deze die in caféés of op het tonneel opkwamen tzie os zanger, tzie os spieker. Pijnzen dikkels an Lucy Monty, an de Brainiengnoare Jerom Depoorter, an Leonard, de strop die du ostendsche revuus voe dun orlooge makte, mo voeral aan du broers Lingier.'     Charl, dun oedsten, was nun komieken die...
geschreven op 28/03/2013
den-ouwen-zen-ottoo Den ouwen zen ottoo. Si menschen, ‘k Gon ik e kir e woordje verteln over den ouwen zen ottoo. Nie datten ie met e specialen ottoo raid of e twa wi, mo de stoten dan der in, met en roend zen ottoo gebeurd zien kannek verre een olve boek mee vuln.   Alli, ‘k gon ier e ki de beste deruut aaln: Dail 1 (Voe den aisten ier stoat der in de gesproken versje een uutleg over e lailik stemmetje, en ojje da wilt oren moej mo luustern ee).   Op e dag ziem’ op weg voe me grotmoeder, die op de Nieuwpoortsesteenweg weunde, te gon bezoeken. En, lik van...
geschreven op 26/12/2010
op-de-vissemartOp de vissemarkt zien 'k ik geboren Op de vissemarkt zien 'k ik gekend Zonder vis ton loop ik verloren Mo me vis zien 'k ik kontent 'k lezen noois gin boeken of gazetten Politiek lappe'k ik in den hoek En al mosten ze de wereld verzetten 'k vagen aan alles vierkant me broek Mor ols de vis te diere is Loop ik met buts of hoaring Een ploate of een kabeljouw Dat is mijn leven Nog noois van sedert Ik ben getrouwd Loop ik buuten de schreve Ik leuren altied met mijn karre Langs de straten En 'komt...
geschreven op 12/03/2013
de-vlam-in-de-cafe   Alli, Den Ertelijken is ier were voe nog e ki ze woordje te plassairen zi, en 't go weer' an de rebben oeden wi, je magt da geloven. Ewel, da was in de tied, 'k werkteg ik als muzikant in e café in de Langestroat'ee,en, ja, me moesten doar ook oltied dwoaze stoten tegenkommen, of 't schilde nie vele. Ke komn dor op een avend binnen, 't zaat nog gin volk, en zegt de boas tegen mien "ewel", zegten, "ken dor wer' e twa tegengekomn wi". Ja, 'k zeggen "'t zoe were nie roare zien, 't begunt ol were goed", 'k zeggen "van wa...
geschreven op 24/02/2013
gloria-of-oe-da-ziekte-je-reuke-en-smake-ku-beinvloedenAlli, menschen, Den Ertelijken is ier were, dus oed junder mor ant gas ee. 'k Werkteg ik in de tied in e cafeetje in de Langestroate ols muzikant, gelik dajje dor in de tied nog vele cafees met levende muziek aat. Mo nu, op een avond woarenk ik e ki zoe ziek of een oend ee, oesten, niezen, snottern, me neuze moeten snuuten zoender stoppen, enfin, je kat da wel ee. En gelik da junder verzekers ol wit, ojje dat et in de zomer is da nie gemakkelik van dorover te graken ee, dus, ke giengen ik dat e ki wetenschappelijk oplossen zi.   'k Zeggen...
geschreven op 11/02/2013
afhalen-in-oosteneMoet je in Oostende zijn? Kom dan je bestelling bij mij thuis afhalen. Geef een belletje (0477/70 67 13) en we spreken af wanneer je je spullen kan komen afhalen. Natuurlijk zijn er dan geen verzendkosten.
geschreven op 09/02/2013
oe-daddet-in-t-leven-toch-ku-goanSommige menschen zien gelovig, sommige zien da nie, der zien der ook die agnost zien, da wilt zeggen dan ze et bestoan van een Opperwezen nie blindeliengs anneemn, mor ook nie direct oentkennen, omdan zet nie zeker zien. Nu, me vertellienge got ier nu nie over e discuusje otter e God bestot of nie, of e debat on de menschen zoen moeten gelovig zien of nie, voe mien is iederain dor vrie in, mo wat dank wiln uutainzetten met men inleidienge is dat je hetginne dank gon verteln verschillende stempels ku geven, zegt dertegen geluk, lot, noodlot of Voorzienigheid,feit is dan der sommige diengen...
geschreven op 07/02/2013
diengen-dank-ik-meegemakt-enMenschen, 'k Gon junder e ki 't ain en 't ander verteln uut mien riek gevulde carrière ols muzikant. Ik en vele dwoaze stoten meegemakt, en 'k wiln junder dor nu en ton e ki dailachtig an maken, wa peis je?   Nu, voe te begunnen, 'k werkteg ik vele met e vintje, E'tje gom em aiten, en je weundeg ie ook in Ostende. Nu, E'tje was e hail goe muzikant, goed op ze saxofong en ze klarinette en op ze fluute kosten ook ze plang trekken, je speelde zelfs op e (zelve gemakte) panfluute.   't Ainigste noadail daj aat met E'tje...
geschreven op 10/01/2013
ostende-in-argentinieOstende is een toeristische badplaats met ongeveer 6000 inwoners in de provincie Buenos Aires aan de Argentijnse kust. In het noorden wordt Ostende begrensd door de badplaats Mar de Ostende, in het Zuid-oosten door Valeria en de Argentijnse zee en in het westen door Gral Madariaga. Het landschap wordt gekenmerkt door hoge duinen en brede stranden omzoomd met schaduwrijke Tamarisken. De bewoners zijn grotendeels werkzaam in de toeristische sector en de bouw.       In 1908 kwamen de Belgen Fernand Robette (Fernando Robette) en Augustin Poli met het plan om in Argentinë een zusterstad naar het model van Oostende in België te bouwen....
geschreven op 05/12/2012
visserslied-lijk-petrus-wandlend-op-de-baren   Lijk Petrus wandlend op de barengesteund op uw almachtig woord,zo laat gerust ons vissers varenen leid hen naar een veilig oord. Referein O Jezus, die de macht der windenbeteugelt op hun wilde vaart;verbied toch dat z'ons vissers hind'renen leid hen rustig havenwaarts,en leid hen rustig havenwaarts,  Gij spraakt en Petrus wierp ten grondezijn net dat rijk gezegend werd,zo spaar ons vissers van de zondeen geef uw zegen aan hun werk. Referein: O Jezus, die de macht der windenbeteugelt op hun wilde vaart;verbied toch dat z'ons vissers hind'renen leid hen rustig havenwaarts,en leid hen rustig havenwaarts, Heil'ge Maagd, o vlekkeloze Moeder,O Gij, de ster der woeste...
geschreven op 02/12/2012
oostende-oender-woaterEen andere tegenwoordig vergeten Oostendse zanger met een prachtige stem is "Zwarte pier". In een Oostendse revue begin jaren 70 zingt hij "Oostende Oender woater". Dit lied werd Oorspronkelijk gezongen door de Oostendse brandweerman, Albert Lingier, alias Bertino op de melodie van "La petite Diligeance". Ik vind echter niets van informatie over "zwarte pier".  Wie was dat, heeft er iemand hem gekend? Alle informatie is welkom. wie peinst er nog op dezen dag,ostende oender woater.da was zeker e nat beslagdie storm da was floaterin vele uzen of cafés was ter leute of rust't woater kwam oender me canapéen oender me bedde geklutst't...
geschreven op 23/11/2012
oostende-kan-ik-noois-vergetenPete Monti (Brixham 1941 - Oostende 2001) was de broer van Lucy Monti. Hij heeft heel wat Engelstalige liedjes opgenomen, maar is in Oostende vooral gekend voor het mooie "Oostende kan ik noois vergeten". Op Wikipedia staat een artikel over Pete Monti Hieronder vind je het liedje zoials het op "Hier spreekt men Oostends uit 1973 staat.   Oostende kan ik noois vergetenAl enk heel de wereld gezienik moen van nie anders mi wetenze moe nie anders mi bienOstende voa mien zie je de schoanstevoa joen is mien erte zo vulier voel ik me thuuszelfs zo arm of e luusSchoon Oostende, voa mien...
geschreven op 23/11/2012
kleen-verdriet-groot-verdrietEen van de bekendste liedjes van Lucy Monti, die niet door Lucy Loes overgenomen werd is "Klain verdriet, groot verdriet".     Kleen verdriet, groot verdriettekst en muziek: Freddy Feys, Jo Deensen, P. BourbousseZang: Lucy Monti  Kleen verdriet, groot verdriet't zie moa woorden in de wiendKleen verdriet, groot verdrietvoor e vischerskiendbluft er een schiptje te lang over tiedOp de fladdem, kanoal of de noordIs'ter zo schiptje ze joengen weer kwietof was ter e molfiet an boordKleen verdriet, groot verdriet't zie moa woorden in de wiendklein verdriet, groot verdriett'is toch moeders kiendE vischer e gin eurehet zeegat is z'n thuuswoar dat em ook ze vangsten...
geschreven op 22/11/2012
op-de-viertorreIk heb op de zolder nog een dubbel LP met Oostendse liedjes en sketches. Alles werd begin jaren 70 opgenomen in "Het wit paard" te Oostende. Een eerste liedje die ik jullie zeker niet wil onthouden is: Op de viertorre is 't schoane voa leven" gezongen door Lucy Monti. Lucy Monti, geboren als Lucienne Bollenberg was een gevierde Oostendse zangeres. Haar liedjes zoals Oostende Oender woater werden geschreven door Bertino (Berten Lingier) en een aantal samen met haar broer Pete Monti (Pierre Bollenberg). Maar de meeste liedjes zoals "Bie us an't zeetje, kleen verdriet, groot verdriet, op de viertorre, 't is gedoan...
geschreven op 06/08/2012
pomairPomair, de geschiedenis van een Oostendse luchtvaartmaatschappij   Vloot Pomair: 1 DC6 (OO-CTK) in eigendom + 2 leased van Frachtflug Iceland (TF-OAA, TF-OAD) 3  DC8 (OO-AMI, OO->CMB, OO-TCP) Gloriejaren Charles Pommé richt Transpommair op 1 maart 1970 op. De stichter van een afhandelingsbedrijf "Inair", Aubin Vanbellegem, vervoegde de venootschap. Busproducent Vanhool en de Boreas corporation uit Florida waren ook elk voor een derde eigenaar van de aandelen. Na de levering van een ex- sabena DC6 begon de dienstverlening op 1 maart 1971 met een vlucht van Oostende naar Jersey. Aan boord was o.a. burgemeester Jan Piers. Doordat er ook een wegtransportonderneming bestond met de zelfde naam werd...
geschreven op 23/06/2012
k-stoan-gisteren-aan-de-luchten           'k Stoegn gistern aan de luchten achter zuk een ottootje zoender plak, je weet wel, nen Axam of zukkentwa.           't is groen en 'k zien dat'n de neiginge et voa te vertrekken, moar je bluuft stoan.           'k Zeggen in mijn eigen, allis, seffes is 't weere rood. Ja, lap, 't was van da!           't Wordt were groen moar je bluuft ie were stoan.           'k Zegge in mijn eigen, allez, seffes is't...
geschreven op 21/05/2012
privacy-policyOostendseverhalen zal uw gegevens nooit delen met derde partijen. Uw inschrijvingsgegevens voor de nieuwsbrief zullen enkel gebruikt worden om u  af en toe een nieuwsbrief op te sturen. In elke nieuwsbrief is een link voorzien waarop u kan klikken als u de nieuwsbrief niet meer zal ontvangen. Als u facebook toepassingen op deze site gebruikt gelden de privacy instellingen van facebook. Deze site draait op een content managementsysteem. We proberen altijd de laatste veiligheidspatches te gebruiken. We zijn niet verantwoordelijk voor eventuele kwaadwilige hackpogingen.
geschreven op 12/11/2011
oostendse-verhalen-nu-ook-met-facebookOostendse Verhalen met Faceboek     Je kan nu ook  via Facebook commentaar geven op de artikels. Dit is nog maar een eerste test, de bedoeling is om de integratie te verbeteren.  Klik voor de artikels op "Lees meer" dan onderaan de tekst zie de mogelijkheid om via facebook te reageren. Pas op, je moet op dat moment wel ingelogd zijn op facebook.                                
geschreven op 13/12/2005
site-van-het-jaar-resultaatOostendse Verhalen behaalde een 45e plaats op 100 in de verkiezing van de Site van het jaar. Ik vind dit een redelijk resultaat. Vooral wil ik de 1725 mensen die deze site gesteund hebben heel erg bedanken. Volgend jaar gaan we er opnieuw voor!
geschreven op 05/07/2005
oostendse-verhalen-in-het-nieuwOp deze vernieuwde site kun je nu zelf gemakkelijker verhalen en informatie neerpennen. Het volstaat je in te schrijven (rechter navigatie) en je kan van start.Het overzetten van de site naar een ander systeem heeft me veel meer tijd en moeite gekost dan vermoed.  Een aantal mensen zaten achter m'n vodden om het toch zo snel mogelijk weer on-line te gaan (hé Mauref ;-)). Dus hier volgt het resultaat, het is nog niet perfect, maar de meest succesvolle delen staan weer on-line.Voorlopig moeten we het echter nog stellen zonder het "Oostends Woordenboek", "De Oostendse Plaatsnamen" en Quiz.  Maar de vernieuwde vorm...
geschreven op 10/11/2005
oostendse-verhalen-genomineerd-voor-beste-amateursite Vorige maand werd Oostendse verhalen genomineerd voor de webolympics voor de "beste door een content Management gedreven site". Jammer genoeg kon deze site de concurrentie met grote kleppers zoals Studio 100 niet aan. Ondertussen werd deze site in de categorie "Beste Amateursite" genomineerd voor de "Site van het Jaar". Deze wedsrijd wordt georganiseerd door o.a. PC-Magazine en Clickx. Steun deze site, en stem vanaf 14 november op "Oostendse Verhalen". http://www.sitevanhetjaar.be
geschreven op 17/11/2005
oostends-woordenboek-onlineHet Oostends Woordenboek staat ONLINE Het is zover, sinds vandaag kunt u het Oostends woordenboek met meer dan 30.000 Oostendse woorden en uitdrukkingen ook online raadplegen. Er kan gezocht worden op het Oostendse woord, in de verklaring of in extra weetjes. Per zoekopdracht krijgt u maximum 5 resultaten.Sinds een een paar dagen kunt u het Oostends woordenboek ook online bestellen. Om een bestelling te kunnen plaatsen moet u zich eerst even registreren. (Ik werk aan een oplossing zodat er ook zonder registratie besteld kan worden).
geschreven op 20/12/2005
oostende-graag-gezienBinnenkort kun je vanop Oostendse Verhalen een nieuw boekje aankopen. Oostende graag gezien, een prachtig boekje geschreven door Siegfried Debaeke waarin de oudste prentkaarten van Oostende staan afgebeeld. Meer dan 220 prentkaarten draaien de klok 100 jaar terug, tot 1895-1914.Het boekje steekt van wal met de eerste prentkaarten die van Oostende verschenen, nl. op het einde van de 19de eeuw. Er staan geen foto's op afgebeeld, wel prachtige, kleurrijke lithotekeningen. Het zijn effenaf pareltjes die o.m. het kursaal, de zeedijk, vissers en strandtaferelen tonen.Daarna komen de prentkaarten met foto's. Ze tonen leuke strandtaferelen, de stoomtram en de mailboten, verkeersvrije straten, Leopold...
geschreven op 30/08/2006
nieuwe-druk-oostends-woordenboek Op 15 september stelt Roland Desnerck in de visserijschool zijn nieuw sterk uitgebreid Oostends Woordenboek voor. Het woordenboek is even dik maar een stuk groter dan de vorige uitgave. Er staan ook honderden nieuwe woorden en begrippen in. Het Nieuwe Oostendse woordenboek is ook verkrijgbaar via Oostendse Verhalen aan 50 Euro exclusief verzendingskosten. Het online "Oostends Wienkeltje" is sinds kort terug online. Koop het woordenboek hier
geschreven op 16/04/2012
kleren-en-accesoires-in-het-oostendsZoek je een origineel geschenkje? Sinds vandaag kun je bij Oostendse verhalen Een T-Shirt, een Slabbetje (of ene Kwielebabbe), een unieke jas (een trèèniengsveste) kopen aan redelijke prijzen. Daartoe werkt "Oostendse Verhalen" samen met Spreadshirt, de marktleider voor het bedrukken van kleine hoeveelheden textiel. bezoek vlug het Westvlaams Wienkeltje Allemaal hebben ze 1 ding gemeen, ze zijn bedrukt met Oostendse woorden en uitdrukkingen.            
geschreven op 15/09/2005
het-oostends-woordenboek-gaat-on-line  De kogel is door de kerk. Nog dit jaar zal het Oostends woordenboek van Roland Desnerck gedeeltelijk Online raadpleegbaar zijn via deze site. Ik ben nu druk bezig met het programmeren van de interface en het omzetten van de inhoud naar een on-line bruikbaar formaat. Bovendien zul je via deze site binnenkort ook on-line allerhande boeken en andere souvenirs i.v.m. Oostende kunnen kopen. (Ja, ook het Oostends Woordenboek).Ga bij wijze van voorproefje eens kijken op "Spelling".Hou deze site en de lokale pers in het oog, want er zal binnenkort veel veranderen.Ik maak graag van de gelegenheid gebruik om een oproep...
geschreven op 04/07/2005
oostendse-grammatica Oostends voor aangespoelden   GRAMMATICA De G en de H De tweeklank UI wordt U   De eind N en Glottisslag   Ik zien i.p.v. ik Ben   Lange IJ wordt IE   De èè klank   1) De G en de H In Het Oostends wordt de H nooit uitgesproken waar ze in het Nederlands wel uitgesproken wordt. Het lidwoord wordt wel verbonden met het volgende woord NEDERLANDS OOSTENS UTSPRAKE HOND Een OEND TERUG  
geschreven op 17/05/2012
taalfiche-in-de-supermarktDe supermart Vandaege goan me op bezoek in de supermart. Hier vind je de enkele van de belangrijkste termen die je in de supermarkt zeker kan gebruiken. De taalfiches kun je zekers helpen voe as angespoelden je weg te vieng in de supermart.     Nederlands Ostends Frans Vlaemsch Français Welkom Welkom Je zyt wel ekommen Bienvenue De parking De parking ('n) autoperk Le parking De fietsenstalling fietsstalling   Le garage à vélos De winkelwagen e karretje   Le caddie De mand e mande ('n) panger La panier De ingang den ingang ('t) ingaen L'entrée De afdeling de afdelinge   Le rayon Het rek 't rek   L'étagère De bloemen de bloemn De bloemen Les fleurs Fruit en groenten fruut en groensels ('t) fruut en Groensel Les fruits & légumes De beenhouwerij de beenhouwerie De beenhouwerie La boucherie De fijne vleeswaren toespiezje Spik-slaggerie La charcuterie (produits) De zuivelproducten melk   Les produits laitiers De traiteur de traiteur   Le traiteur De...
geschreven op 17/05/2012
taalfichesBier, Biena nietent is zoa belangriek in't leven van e ostendenaore dan af  je en toe en ki e goe pientje bier te drienkn. As angespoelden is 't ton oak van levensbelang voe op café of restaurang duudelijk te maken dat je dust et. (dust = dorst). Nederlands Ostens Vlaemsch Français De brouwerij De brouwerie   La brasserie De brouwzaal De brouwzale   La salle de brassage De kookketel De kookketel   La cuve d'ébullition De gistkuip De gistiengskuupe   La cuve de fermentation De warme kelder De warme kelder   La cave chaude De koude kelder De koede kelder   La cave froide De ingrediënten d'ingrédientn   Les ingrédients Het water 't woater Het waeter L'eau De gerst de gest   L'orge De bierhop De hoppe   Le houblon Het mout de moet   Le malt De gist de gist   La levure Het brouwproces...
geschreven op 17/05/2012
taalfiche-t-openboar-vervoer't openboar vervoer Vandaege pakken me de tring, tram of bus. Zie je e angespoelden, mat de taalfiches ier kun je de noaste ki proberen voa 't openboar vervoer in 't ostens te pakken.     Nederlands Ostends Vlaemsch Français De bus de bus   Le bus De bushalte de bushalte   L'arrêt de bus Het bushokje 't buskotje     De buslijn de busliene   La ligne de bus De tram de tram   Le tramway De tramhalte 't tramhalte   L'arrêt de tramway Het tramhokje 't tramkotje     De tramlijn de tramsporen   La ligne de tramway De metro de mitro   Le métro Het metrostation de mitrostoasje   La station de métro De metrolijn de mitroliene   La ligne de métro De trein de tring   Le train Het station de stoasje De staesje La gare De treinlijn de tringliene   La ligne de train Het netplan de koarte   Le plan du réseau De kaartautomaat kartjesmachine   Le distributeur de...