Niemand zal durven ontkennen dat het bloemenuurwerk, in het Leopoldpark, een der meest gefotografeerde plaatsen is uit onze stad. Honderden en honderden toeristen verdringen zich voor dit enig mooie kunstwerk om zich er mede te laten vereeuwigen.
Sedert “ La Belle Epoque” zijn de bloemenmozaïeken een ware specialiteit van de Oostendse beplantingsdiensten.

Een beetje geschiedenis


De mozaïeken van de Leopold II laan, het Marie Joséplein, het Leopold I plein, de Koninginnelaan en de beide pleintjes voor de St. Petrus en Pauluskerk ( spijtig genoeg momenteel verdwenen) en de St. Jozefskerk vormen, samen met het bloemenuurwerk in het Leopoldpark, het bewijs van gedegen en hoogstaand vakmanschap.


Zij helpen propaganda maken voor onze stad en zij verdienen tenvolle de bewonderende blikken van de talrijke vreemdelingen die onze stad bezoeken.


Het Oostends bloemenuurwerk, dat reeds meer dan vijfig jaar bestaat, vormt een der toeristische trekpleisters van onze stad, maar het is geen Oostends monopolie. Er zijn er inderdaad meerdere, zij het dan niet van het royale Oostendse formaat. Den Haag, Nijmegen, Toronto, Johannnesburg, Westcliff on Sea, Southend on sea, Blackpool, Edingburg, Santa Cruz de Tenerife, Génève, Le Mans, Greiz zijn onder meer steden die er een bloemenuurwerk op nahouden.



Voordat de vraag van de heer Vanhabost vaste vorm had verkregen was de glooiïng van het Leopoldpark reeds omgetoverd tot een mooi versierde plaats. Aldaar waren dan ook bewonderenswaardige bloemenmozaïken te zien geweest, zoals bvb. in :


1923 : de zeer prachtige versiering ter gelegenheid van de voltooiïng der werken voor
de installatie van het Bocqwater ;
1927 : de zeer fraai bebloemde welkomstgroet ter gelegenheid van de Rotaryfeesten;
1930 : de meer sobere, maar daarom niet minder indrukwekkende mozaïken bij de
feestelijkheden naar aanleiding van het 100 jarig bestaan van België.
1931 : het bloemenmotief waarbij de drie Belgische Koningen werden gehuldigd.

Door bovenstaande bewerkingen werd de heer Collard, de eerste direkteur van de Stedelijke Beplantingsdienst, aangesteld op 28 januari 1926, wiens enorme vakkennis een liefde voor de bloemen en planten algemeen geprezen en gewaardeerd werd, gefascineerd door de gedachte aan iets groots en hij werd meteen een enthoesiaste verdediger van het plan van Vanhabost.

 



 

In 1933 kwam ons bloemenuurwerk tot stand, nadat in juli 1932 een vraag, bij het Stadsbestuur van Oostende, was ingekomen uitgaande van de Heer Marcel Vanhabost uit Komen tot het gratis oprichten van een bloemenuurwerk en het plaatsen van 10 kolommen voorzien van een uurwerk.
Het tot stand komen was evenwel niet van een leien dakje gelopen gezien de tegenkanting van bepaalde verenigingen die, op de gekozen plaats, liever het standbeeld van Koning Leopold II hadden zien verrijzen. Door het weekblad “ Le Carillon” werd zelfs een referendum georganiseerd ten einde de overheid te bewegen toch maar het monument van Leopold II ( dat een plaats heeft gevonden op de Zeedijk ter hoogte van de Koninginnelaan) op te richten op de glooiïng van het Leopoldpark tegenover de laan met dezelfde naam.


Evenwel werd tijdens de Gemeenteraad van 3 maart 1933 aan het College toelating verleend om de onderhandelingen met de Heer Vanhabost tot een goed einde te brengen.
Bij beslissing van de Gemeenteraad van 5 augustus 1932 werd aan de Heer Vanhabost een concessie verleend, voor een termijn van 12 jaar, tot het oprichten van :

1. een bloemenuurwerk op de heuvel van het Leopoldpark, rechtover de Leopoldlaan ;
2. het oprichten van tien reclame zuilen met uurwerk op volgende plaatsen :
Kruispunt Van Iseghemlaan -Langestraat ( tegenover het Kursaal) -- Marie Joséplein -- Van
Iseghemlaan ( aan theater) -- Vissersplein --Alfons Pieterslaan ( ter hoogte St.Jozefskerk)
-- Kruispunt Petit Paris -- Koninginnelaan -- Zeedijk ( klein strand) -- Albertus Rond Punt en
Zeedijk Martiakerke.

In de concessie stond vermeld dat uitvoering, plaatsing en onderhoud ten laste zou komen van de concessiehouder, die zich tevens verbond geen publiciteit te maken voor andere zeestranden.
Verder zou, bij einde kontrakt, de zuilen eigendom worden van de Stad Oostende.


Bij het plaatsen van de reclamezuilen werden enkele wijzigingen aangebracht. Zo werden de geplande zuilen van het Vissersplein , Koninginnelaan en St. Jozefskerk onderscheidelijk aangebracht aan de Kapellebrug, het Badpaleis en de Vindictivelaan.

Het Bloemenuurwerk.

In januari 1933 werd een aanvang genomen met de werkzaamheden. De houten wijzerplaat werd, na enkele dagen, opnieuw uitgehaald ten einde aan de heuvel een betere glooiïng te geven om aldus een betere zichtbaarheid te waarborgen. Eind april werd het mechanisme aangebracht, mechanisme dat voortbewogen werd door een electrische motor van 22 volt met een kracht van 3/10 P.K. De minutenwijzer, 5,50 m. lang, woog 97 kg., terwijl de uurwijzer, 4,50m. lang, de 83 kg. benaderde. Op 23 juni 1933 werd een klok geplaatst, aangebracht bovenaan de helling, klok die het uur en het half uur zou aangeven. Deze klok, 95 kg. wegend en het jaartal 1748 vermeldend, kwam vanuit de oude St. Pieterskerk.


Deze klok heeft verder volgende vermelding :


“ Mijn meter is Mevrouw
Marie - Anna van Caloen
Vicomtesse De Vooght
Ghegooten ter eeren van
Maria O.L. Vrouwen
Joseph - Adriaen Le Bailly der Blende Lieden is mijn Peter
Ridder Heere van Inghenbur van Lande van ‘t Vrije”

Ten Titel van inlichting :
Marie - Anne van Caloen werd geboren op 24 januari 1720 uit het huwelijk van Pierre Balthazar van Caloen en van Christine Woestwynckele. Zij stierf te Brugge op 11 februari 1785.
Joseph - Adriaen Le Bailly werd geboren in 1691 als zoon van Joseph Le Bailly en Robertine Zeghers. Hij overleed te Brugge op 18 augustus 1778.


Waar het uurwerk door de heer Vanhabost werd geplaatst werd de bloemenversiering verzorgd door de Stedelijke beplantingsdienst onder de kundige leiding van de heer Collard.
Het onderwerp, dat ieder jaar in bloemen en planten wordt verwezenlijkt is een echte kleurensymphonie waarvoor de opeenvolgende directeuren van de beplantingsdienst, n.l. de heren Collard, Verhulst, Viaene, Watelle en Bil instaan. Het zijn ware kunstwerken die ten zeerste op prijs worden gesteld door duizenden en duizenden toeristen die er ieder jaar talrijke foto’s van maken, doch het waren evenzeer echte puzzels die door de stadshoveniers werden opgelost. Zoveel mogelijk werd daarbij ingespeeld op belangrijke evenementen, herdenkingen van historische feiten of bijzondere feestelijkheden die door het gemeentebestuur werden ingericht.

Op 8 november 1937 werden, in opdracht van de toenmalige directeur de heer Verhulst, talrijke wijzigingen aangebracht, zo onder meer :
* onderaan werd een fontein aangebracht, in de vorm van een vis die bestendig water spuit. Het
betrof een dolfijn in eterniet naar een model van de Oostendse beeldhouwer Daniel Devriendt
* langs weerszijden werden bakken aangebracht gevuld met bloemen en natuurlijke rotsen met
watervalletjes ;
* een verlichting met afwisselende kleuren die ‘s avonds voor een kleurensymphonie zorgden.

In 1938 werden de wijzers verkleind. De uurwijzer was dan nog 3 m. lang en woog 70 kg., terwijl de minutenwijzer 4 m. lang was en 90 kg. woog.
In 1958 voorzag het urbanisatieplan van de Stad Oostende het doortrekken van de autosnelweg Brussel - Oostende tot aan het Kursaal. Er was ernstig sprake het bloemenuurwerk af te schaffen. Dank zij evenwel de pers en de bevolking, die daartegen in opstand kwam, bleef het bloemenuurwerk toch bestaan, doch het leek alsof het op een eilandje stond, midden de twee takken van de uitloper van de autosnelweg waarbij wel gevaar bestond voor toeristen die het uurwerk op de gevoelige plaat wensten aan te brengen.
In 1963 werd dan eindelijk besloten het bloemenuurwerk een definitieve, minder gevaarlijke, plaats te geven. Zo kwam het dan op de plaats waar het thans nog te bewonderen valt.
In de loop der jaren maakte het bloemenuurwerk tal van veranderingen mee en werd het ook éénmaal verplaatst. Er bestaan talrijke prentkaarten die, voor een leek, moeilijk te classeren vallen.
Volgende verschillende patronen of motieven komen daarin voor :
1933 : het uurwerk heeft een ronde vorm, met bovenaan een afzetting van geschoren haagjes,
die het waterbekken verstoppen.
1934 : het haagje bovenaan is verdwenen. Er is een aarde verhoging aaangebracht,waarop,
in bloemen, de naam Oostende is aangemaakt. De wijzerplaats heeft een achthoekige
vorm.
1935 : de beide O’s van Oostende zijn in elkaar, in een letter, aangemaakt. De wijzerplaat is
een vierkant, terwijl onderaan de letters L. en A. ( initialen van Leopold en Astrid)
door elkaar gevlochten zijn.
1936 : wijzerplaat opnieuw achthoekig -- onderaan de letter L. (initiaal van Koning Leopold
III.)
1937 : gekroonde dubbele L. als garnituur vooraan.
1938 : de watervalletjes, bloembakken , vijver met siervis zijn aangebracht. Onderaan als
siermotieven : het wapenschild van West - Vlaanderen - de letter L. - een kroon
opnieuw de letter L. en het wapenschild van Oostende.
1939 : ongeveer identiek.
1940 - 1944 : geen versieringen gezien de oorlogstijd.
1945 : het uurwerk is niet aangelegd, doch er is wel een versiering in de vorm van het V. teken
versierd met de vlaggen vvan de geallieerde landen. Bovenaan de tekst : XII TH Manitoba Dragoons.
1946 : in de strook boven de wijzerplaat : 1846 - 1946. Onderaan als een flapperende wimpel :
Ostend - Dover ( ter gelegenheid van het 100 jarig bestaan van de lijn Oostende -
Dover)
1947 : ronde wijzerplaat. Tekst bovenaan : Oostende.
1948 : ronde wijzerplaat voorzien van Romeinse cijfers. Bovenaan opnieuw het woord
“ Oostende “.
1949 : ronde wijzerplaat waarin een lier-motief is aangebracht (ter gelegenheid van het 100-
jarig bestaan van het muziekconservatorium). In de wimpel onderaan een notenbalk met noten.
1950 : ronde wijzerplaat met middenin een wit vlak waarop enkele lelies zijn aangebracht.
1951 : ronde wijzerplaat waarin een ankermotief is verwerkt ( naar aanleiding van het Zeevaartsalon dat te Oostende doorging).
1952 : bovenaan het woord “ Oostende “. Ronde wijzerplaat voorzien van de cijfers 3, 6 , 9
en 12. De andere cijfers zijn vervangen door strepen. Het centraal gedeelte van de wijzerplaat is ingenomen door een vierlob-motief.
1953 : bovenaan “ Oostende”. Opnieuw slechts vier cijfers in de wijzerplaat, n.l. 3, 6, 9 en 12.
De andere cijfers vervangen door ellipsvormen. Hoekige siermotieven in het centraal gedeelte van de wijzerplaat.
1954 : alle cijfers zijn in bloemen op de wijzerplaat aangebracht, dat het Rotary-embleem
vertoont, gezien het Rotary congres dat te Oostende werd gehouden.
1955 : bovenaan “Oostende “. Enkel de cijfers 3, 6, 9 en12 als cijfers uitgevoerd, de overige cijfers vervangen door vier gelijkbenige driehoeken die in het midden samenkomen.
1956 : jaar van het doortrekken van de autosnelweg Brussel - Oostende tot aan het Kursaal.
Bovenaan : Oostende -- Onderaan : Oostende - Brussel.
Enkel de cijfers 3, 6, 9 en 12 in bloemencijfers aangebracht. De overige pare cijfers
cirkelvormig, de onpare rechthoekig in bloemen aangebracht.
1957 : de twaalf cijfers in de wijzerplaat aangebracht. Onderaan is een banderol siermotieven in de vorm van gekoppelde letters J.
1958 : in de banderol onderaan Oostende - Monaco naar aanleiding van de jumelage tussen
beide steden.
Op de achterzijde van de glooiïng, waarop het uurwerk is aangebracht, prijken de wapenschilden van beide steden.
1959 : in de banderol onderaan : “ Albert - Paola “ ter gelegenheid van het huwelijk van
Prins Albert.
1960 : binnencirkel van de wijzerplaat in radvorm. Onderaan, in banderol, “ Oslo - Oostende”
naar aanleiding van de zeilwedstrijd Oslo - Oostende.
1961 : bovenaan “ Oostende “, centraal gedeelte van de wijzerplaat verdeeld in vier cirkelsegmenten.
1962 : bovenaan “ Oostende “terwijl het centraal gedeelte van de wijzerplaat bezet is met
vierkante bloemmotief.
Tevens het laatste jaar op zijn eerste originele plaats.


Op huidige plaats.

1963 : bovenaan “ Oostende “ - ronde wijzerplaat met in het centraal gedeelte cirkelmotieven
en onderaan een laag geschoren haag. Siervis, watervalletjes en bloembekken zijn,
gezien de verplaatsing, niet meer aanwezig.
1964 : in het teken van het duizend jarig bestaan van de Oostendse gemeenschap. In de
wijzerplaat is het wapenschild van Oostende aangebracht met daarin “1.000”.
1965 : bovenaan “ Oostende” - centraal gedeelte vertoont middenin een cirkel met vier cirkel
segmenten.
1966 : bovenaan “ Oostende” - middengedeelte vertoont ster met daar rond vier segmenten afgescheiden door drie punten.
1967 : bovenaan “ Oostende” - middenkant vertoont twee vierkanten omringd door vier
hartvormige figuurtjes.
1968 : bovenaan “ Oostende” - Centraal gedeelte cirkels -- lijnen lopen van middenpunt
tussen de cijfers 1/2 - 4/5 - 7/8 en 10/11.
1969 : bovenaan “ Oostende” - centraal gedeelte soort klaverblad.
1970 : bovenaan “ Oostende” - centraal gedeelte vertoont soort oog.
1971 : bovenaan “Oostende” - centraal gedeelte vertoont ellipsen.
Er bestaat een kaart met drumband “Willen is Kunnen” rondom het uurwerk.
1972 : bovenaan “Oostende” - centraal gedeelte volle cirkel met daarin vier bolvormige
driehoeken.
1973 : bovenaan “Oostende” - centraal gedeelte vertoont het Rotaryteken.
50 jaar Rotary te Oostende. Tijdens het Rotarycongres werd het woord Oostende
vervangen door “Rotary”.
1974 : bovenaan “Oostende” - Centraal gedeelte vertoont vier wijzertoppen met daartussen
vier ruitvormige figuurtjes.
1975 : bovenaan “ Oostende “ - centraal gedeelte ingenomen door cirkel met daarin een pijl.
1976 : bovenaan “Oostende” - centraal gedeelte ingenomen door stervormig figuur.
1977 : bovenaan “Oostende” - centraal gedeelte drie in elkaar passende cirkels. Buiten cirkel is voorzien van punten.
1978 : bovenaan “ Oostende” - centraal gedeelte vertoont boven en onder soort raket aan de ene zijde geflankeerd door twee driehoeken aan de andere zijde door twee cirkels.
1979 : bovenaan “ Oostende” -enkel de cijfers 3 - 6 - 9 en 12. De andere cijfers vervangen door balken.
1980 : bovenaan “Oostende” - eveneens enkel de cijfers 3 - 6 - 9 en 12. Centraal gedeelte
vier ovale figuren met tussenin cirkelsegmenten.
1981 : bovenaan “Oostende” - centraal gedeelte drie gevulde driehoeken. De buitenzijde is voorzien van punten.
1982 : bovenaan”Oostende” - enkel hoger vernoemde cijfers, de andere vervangen door punten. Centraal gedeelte vertoont vier wijzertoppen.
1983 : bovenaan “Oostende” - In wijzerplaat, onder de cijfers 3 en 9, de getallen 33 - 83 naar
aanleiding van 50 jaar bloemenuurwerk.
1984 : bovenaan vermelding van datum. Iedere dag aangepast. Geen cijfers op de wijzerplaat.
1985 : bovenaan “Oostende” - op de plaats van het cijfer 12 in de wijzerplaat komt de hoed
van James Ensor. Onderaan de wijzerplaat de naam “ Ensor”. Gans onderaan, onafhankelijk van de wijzerplaat komt de datum. Naar a.l.v. het Ensorjaar.



1986 : bovenaan “Oostende” - wijzerplaat vervangen door de letters van Leopoldpark. Op de
plaats van de 6 komt het getal 125.
Naar aanleiding van het 125 jarig bestaan van het Leopoldpark. Onderaan opnieuw de datum.
1987 : bovenaan “Oostende” - onderaan opnieuw de datum.
1988 : bovenaan “ Oostende” - in plaats van de datum, onderaan de wijzerplaat, zijn drie rechthoekige figuurtjes aangebracht. In centraal gedeelte zijn de letters O.S.C. te
zien. Dit naar aanleiding van het 100 jarig bestaan van Ostend Swimming Club
1989 : bovenaan “Oostende” - opnieuw Romeinse cijfers- onderaan opnieuw dagelijkse
datumwijziging.
1990 : bovenaan ‘”Oostende” - onderaan dagelijkse datumwijziging. Enkel de Romeinse cijfers II - IV - VI - VIII - X en XII.
1991 : bovenaan “ Oostende” - onderaan dagelijkse datumwijziging. In centraal gedeelte kan men klein bootje onderscheiden.
1992 : bovenaan “Oostende” - onderaan dagelijkse datumwijziging. Centraal gedeelte
voorzien van vier wijzerpunten.
1993 : bovenaan “Oostende” - wijzerplaat niet voorzien van cijfers. Men kan wel het getal 100 onderscheiden onderaan de cijferplaat. Naar aanleiding van 100 jaar kunstacademie.
1994 : bovenaan “Oostende” - enkel de cijfers 3 - 6 - 9 en 12. Onderaan opnieuw dagelijkse datumwijziging.
1995 : bovenaan “Oostende” - zelfde cijfers maar aangebracht in hartvormige figuurtjes.
1996 : bovenaan “Oostende” - dagelijkse datumwijziging.



Nabeschouwingen

Om U een gedacht te geven van de zware opdracht die de Oostendse beplantingsdienst vervulde tijdens het opmaken van het bloemenuurwerk willen wij even terugblikken op 1962, zijnde het laatste jaar dat het uurwerk op de oorspronkelijke plaats stond opgesteld .
Tijdens dit jaar werden volgende verschillende bloemensoorten gebruikt waarvan hier het aantal en de namen :
1.700 pyrithrum toison d’or
3.000 althernanthera atropurpurea
5.000 althernanthera rubra
1.300 althernanthera aurea
150 gnophanium grenatum
150 mesembrienthenum cordi folium
600 agerentum mexicanum
145 echeveria metallica
500 echeveria rosacea
914 echeveria glauca
600 santolina chamaecyparisus

Dit maakt meer dan 14.000 planten alleen voor het cadran van het uurwerk ; de andere versieringen zijn daar niet inbegrepen


(Maurice Ferier)