wapenschild Ostende argentiniëOstende is een toeristische badplaats met ongeveer 6000 inwoners in de provincie Buenos Aires aan de Argentijnse kust. In het noorden wordt Ostende begrensd door de badplaats Mar de Ostende, in het Zuid-oosten door Valeria en de Argentijnse zee en in het westen door Gral Madariaga. Het landschap wordt gekenmerkt door hoge duinen en brede stranden omzoomd met schaduwrijke Tamarisken. De bewoners zijn grotendeels werkzaam in de toeristische sector en de bouw.

 

 

 

plan ostende in Argentinië

In 1908 kwamen de Belgen Fernand Robette (Fernando Robette) en Augustin Poli met het plan om in Argentinë een zusterstad naar het model van Oostende in België te bouwen. Ze kochten 14 km2 duingebied en velden van landeigenaar Don Manuel Guerrero. Later engageerde de Fransman Jean Marie Bourel zich ook voor het project. Een onderdeel van het plan was ook om 500 Belgische families naar Ostende in Argentinië te laten verhuizen om daar een nieuw leven te starten. Hiermee wilden ze het voorbeeld volgen van Pedro Luro die een aantal Baskische families naar Mar del Plata kon lokken.

Op die plaats een nieuwe stad bouwen was in die tijd zeker geen evidentie. De aangekochte gronden lagen ver van alle bestaande infrastructuur en bovendien moesten de kilometers brede en hoge duinen gefixeerd worden. De Belgen besloten maar om alles tegelijk te doen, de enorme wandelende duinen fixeren en beginnen bouwen.

De plannen voor dit toeristisch project werden ontworpen door de Franse architecten Chapeaurouge en Auguste Hughier en de ingenieurs Gilardón en Weber. Het plan voorzag in diagonale lanen, ruimte voor openbare gebouwen, een station, een gemeentelijke begraafplaats en een centrale laan van 50 m breed.

In 1912 begonnen de werken aan de Rambla met ondergrondse verkleedkamers. De bouwmaterialen werden vanuit Buenes Aires aangevoerd met schepen die dan door paarden op het strand getrokken werden. Op 6 april 1913 werd de nieuwe stad, die al gauw de naam “parel van de Atlantische kust” en “mooiste strand van Zuid-Amerika” kreeg, feestelijk ingehuldigd

Een indrukwekkend hotel " Termas Ostende" werd op 13 december 1913 ingehuldigd. Het hotel telt bijna tachtig kamers en staat tegenwoordig nog steeds bekend als "Viejo Hotel Ostende".

hotel viejo ostende Argentinië

De pier was een van de mooiste van Zuid-Amerika. Ze werd gebouwd door de firma Lloyd uit Oostende in België. Ondanks zijn sterke bouw verdween de pier rond 1942 quasi volledig door de aanhoudende zuid-oostenwind (de sudesta).  De Fransman Bourel had aan de pier een pitoreske pub “ El Viejito de Acordéon”. Resten van de pier kunnen nu nog enkel bij laagwater gezien worden.

Viejito del acordeon

 


Helaas brak de eerste wereldoorlog uit en moesten de Belgen terugkeren om te vechten. Ondertussen namen de duinen het land in. Het afgewerkte deel van de promenade en de meeste huizen verdwenen al snel onder het duinenzand. Een zekere Domino Repetto liet in 1917 een kerk bouwen die al  rond 1925 onder het zand begraven raakte. Er bleven slechts een paar huizen zichtbaar als bewijs dat Ostende in Argentinië niet slechts een droom was.

Robette stierf in 1920 in Europa en Poli gaf het gevecht tegen de duinen en daarmee het ganse Ostende-project op. Enkel Bourel bleef in Ostende om te plannen af te werken en de strijd tegen de duinen verder te zetten en uiteindelijk min of meer slaagde. 

Het hotel werd verkocht aan de familie Pallavidini. Toeristen reden per auto tot Puesto Tokyo of per trein naar Juanchon ongeveer 4km landinwaarts waar  Pallavidini hen oppikte. Toeristen konden vanuit Puesto Tokyo ook de “Decauville” nemen. Dit is een kleine veldtrein waarvan het railsysteem zo ontwerpen werd dat het treintje over heel slechte ondergrond kon rijden.

Ostende in Argentinië

Een zekere Don Carlos Gesell overnachtte in 1931 in Viejo hotel Ostende. Hij moest binnenkomen door een terasdeur op de eerste verdieping omdat het gelijkvloers geblokkeerd was door het zand.  Andere toeristen vertelden dat ze het hotel dikwijls binnen moesten komen door een raam. Dit maakte van een verblijf in dit hotel toch iets opwindends en avontuurlijk. Omdat het ganse Ostende en Hotel Viejo Ostende project als een grote fantasy overkwam is het niet verwonderlijk dat een schrijver zoals Antoine de Saint-Exupéry zijn sprookje “de kleine prins” in kamer 51 van dit hotel schreef. De roman ‘Los que aman, odian’ van de bekende Argentijnse schrijver Adolfo Bioy Caseres speelt zich in dit hotel af. Hij verbleef hier regelmatig met zijn vrouw Ocampo.

Projectontwikkelaar Jorge Bunge slaagt er een paar km verderop wel in om de duinen door bebossing te fixeren. Zo wordt in 1943 Pinamar ingehuldigd als badplaats. Hierdoor raakt het oude project “Ostende” wat in de vergetelheid.

De enige nog bewaarde huizen uit die tijd zijn het huis van Robette, De Karmelieten refuge, het Atlantic city hotel die nu jeugdherberg is en het hotel Thermas (nu Hotel Viejo Ostende). Het overblijvende deel van de Rambla werd in 1995 nationaal erfgoed maar is dringend aan restauratie toe. De laatste 9 à 10 jaar is het oude Ostende aan een heropbloei bezig.

Op 23 mei 1983 werd Ostende samen met de andere gemeenten Valeria del Mar, Pinamar en Carilo samengevoegd tot de fusiegemeente Pinamar.

 

 

Linken:

http://www.welcomeargentina.com/valeriadelmar/citytour-around-ostende.html

http://es.wikipedia.org/wiki/Ostende_%28Argentina%29

http://nl.wikipedia.org/wiki/Decauville

http://www.vakantiearena.nl/argentinie/ostende

http://www.ecosdeostende.com/mar-de-ostende-historia/historia/historia-tierra-zona.htm

http://www.telpin.com.ar/interneteducativa/homenaje/lasrdelpartido/indexmuseo.htm

 

 

 

 

Pomair, de geschiedenis van een Oostendse luchtvaartmaatschappij

 

Vloot Pomair:

1 DC6 (OO-CTK) in eigendom + 2 leased van Frachtflug Iceland (TF-OAA, TF-OAD)
3  DC8 (OO-AMI, OO->CMB, OO-TCP)

Gloriejaren

Charles Pommé richt Transpommair op 1 maart 1970 op. De stichter van een afhandelingsbedrijf "Inair", Aubin Vanbellegem, vervoegde de venootschap. Busproducent Vanhool en de Boreas corporation uit Florida waren ook elk voor een derde eigenaar van de aandelen.

transpomair DC6 op de Oostendse luchthaven (nog in Sabena kleuren)Na de levering van een ex- sabena DC6 begon de dienstverlening op 1 maart 1971 met een vlucht van Oostende naar Jersey. Aan boord was o.a. burgemeester Jan Piers.

Doordat er ook een wegtransportonderneming bestond met de zelfde naam werd transpommair op 3 mei 1971 verplicht om zijn naam te veranderen in Pomair.

Tijdens het seizoen van 1971 werden de vliegtuigen ingezet op passagiersvluchten vanaf Oostende, Antwerpen en Brussel naar o.a Alicante, Calvi, Lourdes en Palma en werden in opdracht van British Air Ferries vele lijnvluchten tussen Oostende en Southend uitgevoerd.

Pomair  DC6 op luchthaven van RotterdamHet nieuwe Pomair Ostend startte ook met het verkrijgen van landingsrechten in de Verenigde Staten en na maandelange onderhandelingen verkreeg Pomair van de Civil Aeronautics Board de landingsrechten voor het vliegen vanuit Europa naar 55 Amerikaanse steden. De vloot werd hierbij uitgebreid met een DC-8-33 afkomstig van Pan American  welke door de Boreas Corp. werd aangekocht en in Miami voorzien werd van de nieuwe Pomair Ostend kleuren en op 7 mei 1971 op Oostende werd afgeleverd als de OO-TCP (Transport Charles Pommé). Op 31 mei 1971 werd deze jet voor het eerste ingezet op charters vanaf Oostende naar Parijs-Le Bourget al snel gevolgd met vluchten naar Ascension, Bangkok, Kuala Lumpour, Mauritius, Niagara Falls, Paramaribo, Singapore, Toronto.

In 1971 werden ook 2 extra DC6 toestellen gehuurd om enkele cargo vluchten uit te voeren.

Vanaf de zomer van 1973 vloog Pomair enkel nog met jets. De core business van Pomair was het verichten van wereldwijde chartervluchten vanaf Oostende en Zaventem.
Met de DC-8 vloot werden ook het aantal vluchten op de Verenigde Staten sterk uitgebreid. Naast  Brussel werd er veel gevlogen vanaf Frankfurt waarbij in opdracht van de Amerikaanse luchtmacht families van de Duitsland gelegerde soldaten gedurende de vakantie werden overgevlogen. Ook de vluchten naar het Middellandsezeegebied bleven intact waarbij oa. voor touroperator Jetair werd gevlogen vanaf Oostende en Brussel. In 1973 vervoerden de vier Pomair toestellen 128.154 passagiers, gespreid over 460 vluchten.

Einde van Pomair

Het Amerikaanse avontuur werd Pomair fataal. Een Amerikaanse agent verkocht duizenden tickets voor Pomairvluchten. De man vluchtte echter met het geld naar de Bahama's en pomair zag nooit het geld. Het resultaat was dat Pomair reizigers vastzaten en Pomair verplicht werd om verschillende gratis vluchten uit te voeren om de gestrande reizigers thuis te brengen. De verloren inkomsten en de uitgaven voor de repatrieringsvluchten werden Pomair fataal. Op zondag 13 oktober 1974 werd de laatste vlucht door deze maatschappij uitgevoerd met een retourtje Oostende - Alicante. Het failissement werd uitgesproken op 13 oktober 1974.

pomair Oostende 1971

 

 

 

 



 

Oostende in de jaren 20

 

 

Hieronder een mooie presentatie van uit de tijd toen Oostende nog echt de koningin der badsteden was. Mooie verhalen bij deze beelden zijn altijd welkom.

 

 

Een oud-IJslandvisser vertelt...

 

boek ijslandvaartOostendenaar Joris Surmont voer als werktuigkundige op twee IJslandtrawlers. Hij pende zijn

wedervaren neer in een boek getiteld 'Door de mazen van het net'. Naast de geschiedenis van de

IJslandvaart belicht hij in zijn werk ook thema's over visserijbeheer en visserijtechnieken.

De IJslandvaart spreekt vaak tot de verbeelding. De ruwe zeeën op de Noord- Atlantische Oceaan

en ten noorden van Schotland en het harde werk in guur weer verstoken van elk comfort, zijn de

aanleiding tot een heel apart verhaal waar de auteur over uitweidt.

 

Surmont monsterde op 15-jarige leeftijd aan als scheepsjongen op de O.32 Roland, een kotter

van de Oostendse 'bootsjouwerij'. Later bedreef hij de 'grote' visserij op IJsland alsook de

bokkenvisserij in de Keltische en de Ierse zee. Na een carrière op de zeevisserij stapte Surmont over

naar Defensie, waar hij als technisch officier bij de Marine aan boord van de fregatten Westdiep,

Wielingen en Wandelaar actief was.

 

Het Nederlandse weekblad 'Visserijnieuws' schreef in een recensie: 'Surmont schrijft op passionele

wijze over het leven aan boord van kotters en IJslandtrawlers. Kortom, een zeer lezenswaardig boek

boordevol historische en actuele informatie.'

 

Een stukje uit het boek:

 

In 2003 was ik met het fregat Wandelaar in Aberdeen in Schotland. Het deed me terugdenken aan

die nacht in januari 1975 aan boord van de Caesar, toen de schipper oordeelde toch het slechte

weer te trotseren en koers te zetten naar de Faeröereilanden, die halfweg het traject tussen Noord-

Schotland en IJsland gelegen zijn. De overige schepen deden dit niet. De ene ging bijliggen in

Sinclair’s Bay, aan de oostkust van Schotland net bezuiden de Orkney’s, de andere liep binnen

in Scrabster; daar was een goed zeemanshuis. Wij trotseerden de Pentland Firth, het 'Gat' in

visserstaal; de verbindingsweg tussen de Noordzee en de Noord-Atlantische Oceaan. Een brede

maar woeste doorgang waar veel stroming staat, aan weerszijden geflankeerd door immense

rotsen, waaronder de bekende ‘Old Man of Hoy’. Het minste technische mankement kan hier fataal

zijn. Vele schepen kwamen aan hun einde op deze Styx, de rivier die Hades, de onderwereld, scheidt

van de bewoonde wereld. Wellicht is de vuurtoren van Dunscansby Head aan de zuidelijke ingang

van de Pentland Firth ook de verblijfplaats van Charoon, de legendarische veerman op de Styx.

Aan de noordelijke uitgang was de vuurtoren van Dunnet Head ons laatste baken tot de Faeröer.

De lijst met vergane schepen in deze regio is indrukwekkend.

 

 

 

Het boek (ISBN 978-94-6089-427-5) wordt uitgegeven door de Nederlandse uitgeverij

Boekschout. Het is geïllustreerd, bevat 140 bladzijden en kost € 15,95.

 

Het werk is verkrijgbaar bij:

 

Brugse Boekhandel, Dyver 2 Brugge

Boekhandel Corman, Witte Nonnenstraat 38 Oostende

Boekhandel Luc, Thomas Van Loostraat 65 Oostende

Standaard Boekhandel, Kapellestraat 93 Oostende

Boekhandel Trianon, Koning Ridderdijk 44E Westende

VDC Boeken, Koninklijke baan 21 De Haan

Het Nationaal Visserijmuseum, Pastoor Schmitzstraat 5 Oostduinkerke.

Het Oostends historisch museum 'De Plate', Langestraat 69 Oostende

De inkomsten van het werk zijn ten bate van het Visserstehuis De Bolle te Oostende en van het

Steunfonds voor sociaal kansarme en verlaten kinderen van het gerechtelijke arrondissement

Brugge.

 

Meer informatie op http://www.ijslandvaart.net/

 

Met stookolie kwam ook armoede bovendrijven

Toenmalig collegeleraar E.H. Daniël Van Parys betrok als priester-leraar een kamer in de schoolvleugel kant Euphrosine Beernaertstraat.


De bewuste zondagmorgen werd hij gewekt door de directeur van de lagere afdeling Jacques François, die hem meldde dat de feest- en filmzaal van het klein college onder water stond.

Lees meer: Oostende Onder water

geschreven op 10/01/2013
ostende-in-argentinieOstende is een toeristische badplaats met ongeveer 6000 inwoners in de provincie Buenos Aires aan de Argentijnse kust. In het noorden wordt Ostende begrensd door de badplaats Mar de Ostende, in het Zuid-oosten door Valeria en de Argentijnse zee en in het westen door Gral Madariaga. Het landschap wordt gekenmerkt door hoge duinen en brede stranden omzoomd met schaduwrijke Tamarisken. De bewoners zijn grotendeels werkzaam in de toeristische sector en de bouw.       In 1908 kwamen de Belgen Fernand Robette (Fernando Robette) en Augustin Poli met het plan om in Argentinë een zusterstad naar het model van Oostende in België te bouwen....
geschreven op 06/08/2012
pomairPomair, de geschiedenis van een Oostendse luchtvaartmaatschappij   Vloot Pomair: 1 DC6 (OO-CTK) in eigendom + 2 leased van Frachtflug Iceland (TF-OAA, TF-OAD) 3  DC8 (OO-AMI, OO->CMB, OO-TCP) Gloriejaren Charles Pommé richt Transpommair op 1 maart 1970 op. De stichter van een afhandelingsbedrijf "Inair", Aubin Vanbellegem, vervoegde de venootschap. Busproducent Vanhool en de Boreas corporation uit Florida waren ook elk voor een derde eigenaar van de aandelen. Na de levering van een ex- sabena DC6 begon de dienstverlening op 1 maart 1971 met een vlucht van Oostende naar Jersey. Aan boord was o.a. burgemeester Jan Piers. Doordat er ook een wegtransportonderneming bestond met de zelfde naam werd...
geschreven op 27/04/2012
oostende-in-de-jaren-20Oostende in de jaren 20     Hieronder een mooie presentatie van uit de tijd toen Oostende nog echt de koningin der badsteden was. Mooie verhalen bij deze beelden zijn altijd welkom.  
geschreven op 08/09/2005
karel-goetghebeurKarel Goetghebeur   Karel Goetghebeur was mijn bompa. De vader van m'n moe.  M'n bompa is geboren in 1889, m'n moe in 1930.  Dan was bompa dus al 41 jaar.  En aan z'n achtste kind toe.  Na het overlijden van z'n vrouw is bompa hertrouwd.  Toen kwamen er nog 3 kinderen. Van z'n 11 kinderen werd er 1 abt, 1 pastoor, 2 missionaris en 1 kloosterzuster.  M'n bompa was dus godvruchtig en vele van z'n vruchten ook. Karel Goetghebeur was gemeenteraadslid in Oostende van 1921 tot 1964, d.i. 43 jaar lang, en 11 jaar provincieraadslid (van 1921 tot 1932).  Bovendien was hij 25 jaar volksvertegenwoordiger (van 1933 tot 1958). ...
geschreven op 05/07/2005
herinneringen-aan-wo-ii-door-scheepsmotorist-roger-debusschereEen tweede verhaal die Roger Debusschere naliet was het verhaal over een bijzondere tijd. Wereldoorlog II. Als scheepsmotorist op de O315 doorbraken ze o.a. de blokkade rond Duinkerke. VOORBEREIDINGEN VERTREK NAAR ENGELAND: Weken Voor de oorlog uitbrak met België, moesten wij, als vissers, reeds op onze hoede zijn voor drijvende mijnen die overal op zee ronddreven. Door wie zij gedropt werden bleef voor ons een raadsel. In elk geval werd er 's nachts niet meer uitgevaren.   Op 23-4-1940 vertrokken wij uit Oostende, bestemming 't Kanaal, om daarna naar Milford te varen. Wij visten aan de "Smalls" en besloten op 13 Mei in Milford...
geschreven op 05/07/2005
herinneringen-aan-wo-1-door-roger-debusschereMijn grootvader "Roger Debusschere" schreef in een klein boekje over zijn jeugdjaren tijdens de eerste Wereldoorlog. Naast het levensverhaal kom je ook veel te weten over het Oostende van het begin van deze eeuw.  Lees ook z'n verhalen tijdens WO II   De verhuis Toen we in 1913 van de Renteniersstraat 13 naar de Elisabethlaan verhuisden waren we met vijf, Adrienne, Maria, Gustaaf, mijn ma en ik. Onze moeder was net hertrouwd met Jozef van Houte, van Lefinge die naar we later ondervonden liever lui dan moe was. Hij had reeds 2 zonen en 1 dochter. Als kind gingen de dagen al spelend voorbij....
geschreven op 29/06/2005
het-bloemenuurwerkNiemand zal durven ontkennen dat het bloemenuurwerk, in het Leopoldpark, een der meest gefotografeerde plaatsen is uit onze stad. Honderden en honderden toeristen verdringen zich voor dit enig mooie kunstwerk om zich er mede te laten vereeuwigen.Sedert “ La Belle Epoque” zijn de bloemenmozaïeken een ware specialiteit van de Oostendse beplantingsdiensten. Een beetje geschiedenisDe mozaïeken van de Leopold II laan, het Marie Joséplein, het Leopold I plein, de Koninginnelaan en de beide pleintjes voor de St. Petrus en Pauluskerk ( spijtig genoeg momenteel verdwenen) en de St. Jozefskerk vormen, samen met het bloemenuurwerk in het Leopoldpark, het bewijs van...
geschreven op 14/07/2005
de-tirpitzIn Het verhaal van Roger Debusschere wordt regelmatig gesproken over de Tirpitz. Er is relatief weinig informatie te vinden over de precieze ligging van die 4 reuze kanonnen die gericht waren op het ijzerfront en de zee. Hieronder vind je het resultaat van een beetje knip- en plakwerk in photoshop. Als je er meer vanaf weet mag je dit natuurlijk altijd doorsturen dan zet ik het wel op site. bron: (Oostende in de 1e wereldoorlog) Zoals je op deze foto hierboven ziet waren de Tirpitz kanonnen reusachtig groot. Deze foto werd genomen vlak na het einde van de eerste wereldoorlog. Ik...
geschreven op 19/09/2005
oostende-onder-water-2Hostyn-Dasseville kon kledingwinkel niet reddenWaar nu boekhandel Corman gevestigd is, baatte het jonge echtpaar Julien en Mariette Hostyn-Dasseville een hemdenwinkel ofte “chemiserie” uit.De nu 81-jarige Mariette, moeder van museumconservator Norbert en kunstenares Dim, herinnert het zich als de dag van gisteren: Omstreeks 1 uur 's nachts kwam men kloppen met de mededeling dat we onze kelder moesten leegmaken. Daar lagen de winkelvoorraad en ook heel wat levensmiddelen gestapeld. Net toen ik voor de zoveelste keer met een vrachtje de keldertrap opklom, hoorde ik een enorme knal. Een van de zware schotbalken die gebruikt werd om de zeedijkhellingen af te sluiten,...
geschreven op 19/09/2005
oostende-onder-waterMet stookolie kwam ook armoede bovendrijvenToenmalig collegeleraar E.H. Daniël Van Parys betrok als priester-leraar een kamer in de schoolvleugel kant Euphrosine Beernaertstraat. De bewuste zondagmorgen werd hij gewekt door de directeur van de lagere afdeling Jacques François, die hem meldde dat de feest- en filmzaal van het klein college onder water stond. BesmettingDe bassings zien overgeloopen, wist die laatste te melden. In de feestzaal was het een echte katastrofe, herinnert Van Parys zich nog. Versterker, projector en filmrollen - alles stond al klaar om de internen en externen uit de stad na vespers en lof ook de laatste vrije uurtjes...
geschreven op 04/01/2011
door-de-mazen-van-het-net  Een oud-IJslandvisser vertelt...   Oostendenaar Joris Surmont voer als werktuigkundige op twee IJslandtrawlers. Hij pende zijn wedervaren neer in een boek getiteld 'Door de mazen van het net'. Naast de geschiedenis van de IJslandvaart belicht hij in zijn werk ook thema's over visserijbeheer en visserijtechnieken. De IJslandvaart spreekt vaak tot de verbeelding. De ruwe zeeën op de Noord- Atlantische Oceaan en ten noorden van Schotland en het harde werk in guur weer verstoken van elk comfort, zijn de aanleiding tot een heel apart verhaal waar de auteur over uitweidt.   Surmont monsterde op 15-jarige leeftijd aan als scheepsjongen op de O.32 Roland, een kotter van de Oostendse 'bootsjouwerij'. Later bedreef...