Oostends voor aangespoelden

 

GRAMMATICA

 

 

 

 

 

1) De G en de H
In Het Oostends wordt de H nooit uitgesproken waar ze in het Nederlands wel uitgesproken wordt. Het lidwoord wordt wel verbonden met het volgende woord

NEDERLANDS OOSTENS UTSPRAKE
HOND Een OEND
HAAN Een OANE
HAND Een AND
HAMER Een AMER
HORLOGE Een ORLOGE
HAVER AVER
HEMEL Den EEMEL
Op de plaats waar we in het Nederlands een G uitspreken gebruiken we in in het Oostends de letter H

NEDERLANDS OOSTENS UTSPRAKE
GAAN HOAN
GEVEN HEVN
GRAAN Hroan
Probeer volgende zinnen op z'n oostends uit te spreken

NEDERLANDS OOSTENS UTSPRAKE
Een hand geven Een and Hevn
Graan geven aan de haan Hroan hevn an den oane
TERUG

2) De Tweeklank UI wordt vervangen door een U
NEDERLANDS OOSTENS UTSPRAKE
Buiten Buutn
Ruiten Ruutn
Zuipen Zuupn
Druipen Druupn
TERUG

3) Eind N en Glotisslag
In de meeste West-Vlaamse dialecten zoals bv. het Brugs wordt de eind-N sterk benadrukt. Bij het Oostends wordt deze eind-N meestal vervangen door een glottisslag. Inslikken van de N is zeker niet voldoende. Het is een directe overgang van een neusklank naar de diepe keel.


De glottisslag is heel duidelijk hoorbaar bij de luisterwoordjes hierboven. (Buutn, Ruutn, zuupn, druupn)

4) ZIEN i.p.v BEN
In het Nederlands zeggen we "Ik ben naar school geweest". In het Oostends wordt dit "'k Zien noa 't schoale gewist" We zeggen nooit "ik ben" maar altijd "ik zijn" of in het oostends 'k zien.

TERUG
5) Lange IJ wordt IE
In het Oostends zijn nog veel oud-Vlaamse invloeden zichtbaar. Zo wordt de tweeklank "IJ" (lange IJ) in het Oostends altijd uitgesproken als "IE"

NEDERLANDS OOSTENS UTSPRAKE
Kijken Kiekn
Rijk Rieke
Dijk Diek
Vrijlaten Vrieloatn media/
TERUG

6) De èè klank
De wereldberoemde èè klank. Is niet zo eenvoudig in gebruik. Niet elke lange EE wordt als èè uitgesproken. Je spreekt ze uit zoals in het Franse être. Ik schrijf ze hier dus met accent grave. Doorgaans kun je stellen dat de èè klank gebruikt wordt waar in andere Vlaamse dialecten een bepaalde tweeklank gebruikt wordt.

Als je onderstaand zinnetjes kunt uitspreken zit je al heel goed. (klik op de link om de uitspraak te horen)

Go je méé noa de zèè
"Ga je mee naar zee"


'k stoan mè men èène bèèn in e hèèle tèèle hèètevlèès en mè klèène tèèn in de woaterstèèn mè zèèwoater

"ik sta met één been in een teil met geitevlees en met mijn kleine teen in de wasbak met zeewater"


 

De supermart

de supermartVandaege goan me op bezoek in de supermart.

Hier vind je de enkele van de belangrijkste termen die je in de supermarkt zeker kan gebruiken. De taalfiches kun je zekers helpen voe as angespoelden je weg te vieng in de supermart.

 

Lees meer: Taalfiche:  In de supermarkt

Bier,

Oostendse taalfiche over bierBiena nietent is zoa belangriek in't leven van e ostendenaore dan af  je en toe en ki e goe pientje bier te drienkn. As angespoelden is 't ton oak van levensbelang voe op café of restaurang duudelijk te maken dat je dust et. (dust = dorst).

Lees meer: Taalfiche: Bier

't openboar vervoer

openbaar vervoer oostendeVandaege pakken me de tring, tram of bus. Zie je e angespoelden, mat de taalfiches ier kun je de noaste ki proberen voa 't openboar vervoer in 't ostens te pakken.

 

Lees meer: taalfiche: "t openboar vervoer

{kl_rssfeed}http://www.onzetaal.nl/ot/onzetaal.rss{/kl_rssfeed}

http://www.onzetaal.nl/ot/onzetaal.rss{/kl_rssfeed}}

Spelling op Oostendse Verhalen


Het is definitief beslist, binnenkort wordt het Oostends Woordenboek van Roland Desnerck On-Line raadpleegbaar via "Oostendse Verhalen". Daarom probeer ook ik over te stappen op de officiële Oostendse spelling zoals gebruikt in het woordenboek. Hieronder volgen de regels.


De klinkers:
De medeklinkers:
De tweeklanken:
Opmerkingen:


 

SPELLINGREGELS VAN HET Oostends Woordenboek van Roland Desnerck
 
 
Het Oostends is een Nederlands dialekt. Er werd dan ook uitgegaan van de regels van de spelling van de Nederlandse taal volgens de wet van 14 februari 1947. Dit wil zeggen dat de spelling ten dele fonetisch en voor een deel historisch is. Fonetisch om de uitspraak te vergemakkelijken, historisch waar dit de uitspraak niet bemoeilijkt en de lezing verstaanbaar maakt. De in het woordenboek gebruikte spelling wijkt slechts af waar er andere fonemen zijn. Twee uitzonderingen

nochtans: de ou-klank wordt steeds "ow" geschreven (blow, row), en de "uu" wordt ook zo in een open lettergreep geschreven (sluuze, buuze); uitzondering: nu.


terug


De klinkers:
  • "ai" (zoals in het Frans: maître, pair, père): ain, twai, stain;
  • "é" (zoals in het Nederlands: net, pet, gek): én, zét, bédde, trék;
  • "ê" (als een lange "è"): pêrd, stêrt, êrde, grêtn;
  • "oa" (als een lange "o" van grot, tot): loate, noad, road;
  • "ue" (als een lange "u" van hut, put): kuek, puet, sluese.



De medeklinkers:
  • "ch" (als in: lachen, loochenen): chi, choa, roche;
  • "sj" (als in: sjerp, sjees): sjaansje, sjafringsje, sjikkel;
  • "zj" (als in: gelatine, gelei): zjante, zjuudwéster, zjwiep;
"tsj" (als in Engels: chin, church): tsjakkern, tsjultn, tsjutter.

terug



De tweeklanken:
Er is maar een tweeklank die van een z.g. beschaafde taal afwijkt: de "éj". Die wordt uitgesproken als "é" + "j". Die tweeklank is nu enkel nog bij enkele ouderen uit de visserij te horen: éj, bréjn, méjsn, ruggegléj.

terug


Opmerkingen:

De klank "g" bestaat niet in het Oostends; die wordt als "h" uitgesproken, maar blijft toch als "g" geschreven: geen (= geven; klinkt als "heen"), gin (= geen; klinkt als "hin"), gegrocht (= geraakt; klinkt als "hehrocht").

De "h" is geen foneem, maar wordt toch geschreven om het schriftbeeld duidelijker te maken; hén, hoane, haksje klinken als: én, oane, aksje.
Voltooide deelwoorden van werkwoorden die beginnen met een "h" worden enkel met de "h" geschreven: 'k hén 't hoedn, 'k hén 't héd, 'k hén 't hoord. Sommige Oostendenaars laten voor o, os(als) een "h" horen: ho, hos.
De algemeen Nederlandse "sch" klinkt te Oostende als "sj" + "ch" en wordt daarom "sjh" geschreven: sjhip, sjhone, sjhuttel, visjhn.

De glotisslag wordt duidelijk gemaakt door de infinitiefs- of meervouds-en te vervangen door "-n" achter een medeklinker: trékn, wérkn, zétn"; achter een "p" wordt dit een "-m": loopm, wupm.
In andere woorden verdwijnt de glotisslag meer en meer, vandaar dat die in makker, beke niet aangeduid is. Ik heb even gedacht aan: ma.er, be.e, .nop, .naagn.; maar deze beelden zouden stellig onbegrijpelijk geweest zijn !

De eindnasalen "n", "m" en "ng" hebben in het Oostends geen infinitiefs- of meervouds-en, maar klinken lang: kénn, zunn, blomm, zwémm... We horen dus niet hetzelfde in kom en komm ! Het meervoud van hoarienk, keunienk, twailienk is: hoarieng, keunieng, twailieng.

Sommigen, inzonderheid vrouwen, spreken wel eens met een geaspireerde "t" : thonne, thoe; nochtans is de spelling steeds: tonne, toe.

Subcategorieën