Oostendse Verhalen

Sinds 2001 de site over Oostende, zijn taal, cultuur en bevolking

Zoeken op de site

Gebruikerswaardering: 0 / 5

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Pomair, de geschiedenis van een Oostendse luchtvaartmaatschappij

 

Vloot Pomair:

1 DC6 (OO-CTK) in eigendom + 2 leased van Frachtflug Iceland (TF-OAA, TF-OAD)
3  DC8 (OO-AMI, OO->CMB, OO-TCP)

Gloriejaren

Charles Pommé richt Transpommair op 1 maart 1970 op. De stichter van een afhandelingsbedrijf "Inair", Aubin Vanbellegem, vervoegde de venootschap. Busproducent Vanhool en de Boreas corporation uit Florida waren ook elk voor een derde eigenaar van de aandelen.

transpomair DC6 op de Oostendse luchthaven (nog in Sabena kleuren)Na de levering van een ex- sabena DC6 begon de dienstverlening op 1 maart 1971 met een vlucht van Oostende naar Jersey. Aan boord was o.a. burgemeester Jan Piers.

Doordat er ook een wegtransportonderneming bestond met de zelfde naam werd transpommair op 3 mei 1971 verplicht om zijn naam te veranderen in Pomair.

Tijdens het seizoen van 1971 werden de vliegtuigen ingezet op passagiersvluchten vanaf Oostende, Antwerpen en Brussel naar o.a Alicante, Calvi, Lourdes en Palma en werden in opdracht van British Air Ferries vele lijnvluchten tussen Oostende en Southend uitgevoerd.

Pomair  DC6 op luchthaven van RotterdamHet nieuwe Pomair Ostend startte ook met het verkrijgen van landingsrechten in de Verenigde Staten en na maandelange onderhandelingen verkreeg Pomair van de Civil Aeronautics Board de landingsrechten voor het vliegen vanuit Europa naar 55 Amerikaanse steden. De vloot werd hierbij uitgebreid met een DC-8-33 afkomstig van Pan American  welke door de Boreas Corp. werd aangekocht en in Miami voorzien werd van de nieuwe Pomair Ostend kleuren en op 7 mei 1971 op Oostende werd afgeleverd als de OO-TCP (Transport Charles Pommé). Op 31 mei 1971 werd deze jet voor het eerste ingezet op charters vanaf Oostende naar Parijs-Le Bourget al snel gevolgd met vluchten naar Ascension, Bangkok, Kuala Lumpour, Mauritius, Niagara Falls, Paramaribo, Singapore, Toronto.

In 1971 werden ook 2 extra DC6 toestellen gehuurd om enkele cargo vluchten uit te voeren.

Vanaf de zomer van 1973 vloog Pomair enkel nog met jets. De core business van Pomair was het verichten van wereldwijde chartervluchten vanaf Oostende en Zaventem.
Met de DC-8 vloot werden ook het aantal vluchten op de Verenigde Staten sterk uitgebreid. Naast  Brussel werd er veel gevlogen vanaf Frankfurt waarbij in opdracht van de Amerikaanse luchtmacht families van de Duitsland gelegerde soldaten gedurende de vakantie werden overgevlogen. Ook de vluchten naar het Middellandsezeegebied bleven intact waarbij oa. voor touroperator Jetair werd gevlogen vanaf Oostende en Brussel. In 1973 vervoerden de vier Pomair toestellen 128.154 passagiers, gespreid over 460 vluchten.

Einde van Pomair

Het Amerikaanse avontuur werd Pomair fataal. Een Amerikaanse agent verkocht duizenden tickets voor Pomairvluchten. De man vluchtte echter met het geld naar de Bahama's en pomair zag nooit het geld. Het resultaat was dat Pomair reizigers vastzaten en Pomair verplicht werd om verschillende gratis vluchten uit te voeren om de gestrande reizigers thuis te brengen. De verloren inkomsten en de uitgaven voor de repatrieringsvluchten werden Pomair fataal. Op zondag 13 oktober 1974 werd de laatste vlucht door deze maatschappij uitgevoerd met een retourtje Oostende - Alicante. Het failissement werd uitgesproken op 13 oktober 1974.

pomair Oostende 1971

 

 

 

 



 

Login Form